Trombocytopenie

Klachten en verschijnselen
– Snel of veel blauwe plekken.
– Een op mazelen lijkende huiduitslag, meestal op de onderbenen.
Neusbloedingen.
Bloed in braaksel en ontlasting.
– Overvloedig menstrueel bloedverlies.
Bloedingen tijdens operaties.

Alarmerende verschijnselen

– Ernstige of uitgebreide bloedingen, waaronder bloedingen in hersenen en maag-darmkanaal.

Trombocytopenie is een vrij veel voorkomende bloedingsstoornis, waarbij er sprake is van een tekort aan bloedplaatjes in het bloed. Het woord trombocytopenie is samengesteld uit de Griekse woorden trombos, kytos en penia die respectievelijk stolsel, cel en armoede betekenen. Er zijn twee vormen van deze aandoening: idiopatische en secundaire trombocytopenie. De ziekte is vaker verworven dan aangeboren.

Idiopatische trombocytopenie is ook bekend als idiopatische trombocytopenische purpura (ITP). Purpura zijn kleine bloeduitstortingen (petechiën) in de diepere huidlagen. Hoewel idiopatisch ‘door onbekende oorzaak’ betekent, weet men dat de meeste gevallen van idiopatische trombocytopenie ontstaan doordat de milt en de lymfklieren antistoffen maken tegen de gezonde bloedplaatjes van het eigen lichaam.

Door deze antistoffen worden de bloedplaatjes versneld afgebroken. Omdat het hierbij gaat om afweer tegen het eigen lichaam (auto-immuniteit) wordt de aandoening ook wel auto-immuun trombocytopenische purpura (AITP of ATP) genoemd. De ziekte komt het meest voor bij kinderen en jong-volwassenen, maar kan op elke leeftijd optreden. Vrouwen worden vaker getroffen dan mannen, maar de ziekte kan net zo goed bij jongens als bij meisjes voorkomen.

Secundaire trombocytopenie wordt veroorzaakt door andere aandoeningen, waaronder virusinfecties, lupus erythematodes en bloedziekten zoals aplastische anemie, leukemie. De onderliggende oorzaken kunnen zijn: virusinfecties, systemische lupus erythematosus, maligne lymfoom, chronische lymfatische leukemie, ziekten die gepaard gaan met miltvergroting, ernstige infectieziekten, bloedtransfusie en geneesmiddelen. Geneesmiddelen die trombocytopenie kunnen veroorzaken zijn onder andere heparine, kinine, penicilline, acetylsalicylzuur en cytostatica. Secundaire trombocytopenie kan ook optreden als bijwerking van behandeling met bestraling, transfusie en vele geneesmiddelen, waaronder cytostatica.

Diagnose.

Om trombocytopenie vast te stellen zal de huisarts bloedonderzoek laten verrichten; het aantal bloedplaatjes wordt bepaald en het bloed wordt onder een microscoop bekeken.

Als uit dit onderzoek blijkt dat u trombocytopenie hebt, zal de huisarts aanvullend bloedonderzoek en beenmergonderzoek laten verrichten om achter de oorzaak van het tekort aan bloedplaatjes te komen.

Hoe ernstig is trombocytopenie?

Vooral bij kinderen gaat trombocytopenie soms over zonder behandeling. In deze gevallen kan het beenmerg de verkorte levensduur van de bloedplaatjes opvangen door grote hoeveelheden nieuwe bloedplaatjes aan te maken, terwijl de oorzaak waardoor het afbraakproces in gang is gezet blijkbaar vanzelf overgaat. Doordat deze jonge bloedplaatjes goed kunnen samenklonteren, zullen er geen bloedingsproblemen optreden, ook al zijn er over het geheel genomen te weinig bloedplaatjes. De arts kan daarom besluiten dat er geen speciale behandeling nodig is.

Bij volwassenen wordt acute trombocytopenie vaak een chronische kwaal. Deze kan in de loop der tijd in ernst variëren en de aandoening kan zelfs terugkeren na een schijnbaar complete remissie.

De ernstigste complicaties, bloedingen in de hersenen en het maag-darmkanaal, treden slechts zelden op.

Behandeling.

Als u secundaire trombocytopenie hebt, zal de arts de onderliggende aandoening behandelen of de behandeling die er de oorzaak van is staken.

In sommige gevallen wordt thrombopoïetine gebruikt, een hormoon dat het beenmerg stimuleert tot de aanmaak van bloedplaatjes.

Geneesmiddelen.

Om idiopatische trombocytopenie te behandelen worden diverse geneesmiddelen gebruikt die het afweersysteem onderdrukken of veranderen, waaronder prednison (een synthetisch corticosteroïd). Gebruik geen geneesmiddelen die de werking van de bloedplaatjes verstoren, zoals aspirine.

Operatieve behandeling.

Om de verschijnselen te verminderen of een chronische idiopatische trombocytopenie die niet op corticosteroïden reageert, te helpen genezen wordt soms de milt verwijderd (splenectomie).

Andere behandelingen.

Bij ernstige bloedingen worden transfusies met rode bloedcellen (packed cells), ’volbloed’ of, in sommige gevallen, plaatjesconcentraten gegeven. Als het bij iemand met idiopatische trombocytopenie dringend noodzakelijk is het aantal bloedplaatjes te verhogen, wordt soms infusie van plasma toegepast.

Soms is behandeling niet nodig. In die gevallen treden, ondanks het tekort aan bloedplaatjes, geen bloedingen op en gaat de aandoening vanzelf over.


Relevante artikelen
1 reacties
  1. Na een hematologische routine onderzoek blijkt dat mijn waarde van trombocyten 104 is. De overige waardes van het bloedonderzoek waren goed/normaal en toonden geen bijzonderheden. zowel witte als rode bloedcellen waren normaal en de rest ook prima. Ik gebruik of gebruikte nooit medicijnen , drink geen alcohol en heb voor zover ik weet geen infecties, BSE was normaal lever en nierwaardes ook normaal

    Moet ik mij zorgen maken om de waarde van 104 trombocyten? Wat raden jullie aan ? Verder onderzoek? Heeft iemand hier ervaring mee of ook eens zo lage waarde gehad als uitslag en werd deze na enige tijd weer normaal?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

MEDISCH VOORBEHOUD

De informatie op Menselijk Lichaam is géén medisch advies. Neem bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op met een arts, specialist of apotheker.

Meer informatie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Met het laatste nieuws en gezonde tips