Algemeen

Evenwichtsstoornis

Van https://www.menselijklichaam.nl/algemeen/evenwichtsstoornis/

Door Redactie Menselijk Lichaam Laatst bijgewerkt · Leestijd 4 min
Op deze pagina

Evenwichtsstoornis is elke stoornis die het evenwichtsorgaan in zijn werking belemmert. Het aangrijpingspunt kan verschillend zijn, bijv. in het evenwichtsapparaat zelf, in het centraal zenuwstelsel en in het bewegingsapparaat, waarbij bijv. verslapping van de gewrichten optreedt. Het in evenwicht houden in rechtopstaande houding is een taak van het evenwichtsapparaat, het zenuwstelsel en het bewegingsapparaat te zamen. Het bewegingsapparaat, dus het samenstel van botten, gewrichten, banden, pezen en spieren, heeft op zich zelf geen enkele neiging om rechtop te gaan of te blijven staan.

Aangenomen dat het bewegingsapparaat intact is, is dan ook een uitgebreide regeling van de activiteit van het bewegingsapparaat door de bewegingszenuwen een eerste vereiste. Dank zij een voortdurende aanpassing van de samentrekking van de verschillende spiergroepen aan de eisen van het moment kan het evenwicht bewaard blijven, niet alleen tijdens staan, maar ook tijdens lopen, fietsen enz. Bij ernstige afwijkingen van de gewrichten (artrose, artritis), van de spieren (achteruitgang door ongebruik), van de zenuwen (beschadiging bij verlammingen) of van de botten (ontsteking, ontkalking) is de basis weggevallen voor het bewaren van het evenwicht.

evenwichtsstoornis

Het handhaven van een doelmatige lichaamshouding onder wisselende omstandigheden (staan, lopen, fietsen) is een voortdurende strijd tegen de zwaartekracht. Voor de regeling van de houding gebruiken de hersenen in hoofdzaak drie bronnen van informatie: het evenwichtsorgaan met zijn verbindingen naar het zenuwstelsel, het oog en de zintuigen van het bewegingsapparaat zelf. Deze laatste zijn namelijk in staat de lengte én de spanning van de spieren waar te nemen.

Evenwichtsstoornis duizeligheid

Een eerste verschijnsel van een evenwichtsstoornis is duizeligheid. Deze kan ontstaan doordat de in de hersenen binnenkomende informatie van de verschillende bij het handhaven van het evenwicht betrokken organen onderling niet met elkaar overeenstemt. Een evenwichtsorgaan dat ontregeld is door een ontstekingsproces kan bijvoorbeeld een draai-gevoel geven dat niet bevestigd wordt door de waarneming met de ogen. Er kan geen correctie optreden van de gestoorde waarneming en men krijgt het gevoel dat hetzij de omgeving ten opzichte van zichzelf of het lichaam ten opzichte van de omgeving draait. Bij een geringe stoornis kan een correctie nog wel worden uitgevoerd, bij een sterkere storing (ernstige ontsteking, letsels, bloedingen enz.) worden de correcties met een te grote vertraging uitgevoerd en is de samenwerking van het evenwichtsorgaan, de ogen en het bewegingsapparaat onvoldoende, tot de patiënt ten slotte zijn rechtopgaande houding in het geheel niet meer kan bewaren. Ook bij lichte evenwichtsstoornissen is het inroepen van de hulp van een arts noodzakelijk, omdat het niet zelden een eerste teken van een ernstige aandoening is.

Duizeligheid is met hoesten en hoofdpijn een van de klachten die de arts het meest te horen krijgt. In negen van de tien gevallen is duizeligheid gelukkig een onschuldig verschijnsel.

Het evenwichtsapparaat heeft via het centraal zenuwstelsel vele verbindingen met andere organen in het lichaam, o.a. met de huid, met de spieren en gewrichten en met de ogen. Daarom wordt het ook vaak gestoord wanneer elders in het lichaam iets niet in orde is. Duizeligheid treedt dan op als een nevenverschijnsel. Indien de arts na het horen van de klacht duizeligheid, het vermoeden heeft dat dit niet slechts een bijkomend verschijnsel van een andere aandoening is dan zal hij de werking van het evenwichtsapparaat gaan onderzoeken.

Draaiproef

Wanneer de patiënt op een draaistoel zit en wordt rondgedraaid vertonen beide ogen hetzelfde verschijnsel: een langzame beweging naar één zijde, gevolgd dotfr een snelle beweging naar de andere zijde (nystagmus). Deze oogreactie wordt benoemd naar de richting van de snelle beweging. Deze richting komt overeen met de draairichting bij het begin van de draaibeweging (prerotatoire nystagmus) en is tegengesteld wanneer men de draaibeweging plotseling stopt (postrotcitoire nystagmus). In beide gevallen wordt de langzame beweging van de oogreactie bepaald door het evenwichtsapparaat, terwijl de snelle, corrigerende beweging zijn oorsprong vindt in dat gedeelte van de hersenstam dat de evenwichts-kernen en de kern van de oogspieren bevat. Indien de draaisnelheid van de stoel gelijk blijft verdwijnt de oogreactie geleidelijk. Dit wordt verklaard door het feit dat de halfcirkelvormige kanalen slechts reageren op veranderingen van de hoeksnelheid. Bij gelijkblijvende snelheid veren de koepeltjes in de kanalen weer terug in de ruststand. Bij één wenteling om de as draait het lichaam 360 graden. De draaisnelheid wordt uitgedrukt in graden per seconde. Bij een hoeksnelheid van 60 graden per seconde duurt een volledige omwenteling van 360 graden dus zes seconden. Zolang die snelheid gelijk blijft staat het koepeltje in de ruststand. Verandert men de hoeksnelheid, dan komt het in beweging.

Terwijl het halfcirkelvormige kanalenstelsel reageert op hoeksnelheidsveranderingen reageert de voorhof met de evenwichtsteentjes (zie evenwichtsorgaan) op rechtlijnige versnellingen. Het geeft het gevoel van stand in de ruimte.

Prikkeling van het evenwichtsorgaan wekt reflexmatige spierreacties op, die de inwerkende versnellingen tegenwerken. Wanneer iemand aan een combinatie van draaiende en rechtlijnige bewegingen wordt blootgesteld kan hij de bewegingen van zijn ledematen, romp, nek en ogen toch goed met elkaar samen laten gaan. Naast de draaiproef zijn er nog een aantal andere methoden die de arts in zijn spreekkamer kan toepassen voor het onderzoek van het evenwichtsorgaan. Daarnaast is specialistisch onderzoek in het ziekenhuis mogelijk. De bruikbaarste methode is de elektronystagmo-grafie. Deze berust op de meting van het elektrische spanningsverschil tussen het netvlies en het hoornvlies. Het nystagmogram geeft o.a. uitsluitsel omtrent de plaats van de stoornis.

De storing van het evenwichtsgevoel kan in het evenwichtsorgaan zelf en in de zenuw die naar de hersenen loopt optreden, maar ook in de hersenen. Een sterke oogreactie zonder duizeligheid duidt altijd op een stoornis in de hersenen. Ook een zuiver verticale of door draaien optredende oogreactie (rotatoire nystagmus) wordt veroorzaakt door een centrale aandoening. Bij beschadigingen van het evenwichtsorgaan treedt bij oog-reacties altijd duizeligheid op. Verder kan het voorkomen dat een spontane oogreactie samengaat met verschillende hersenafwijkingen.

Was dit artikel nuttig?

Artikel delen: Delen via WhatsApp

Lees ook