Laxeermiddelen

Het oude gezegde ‘Qui bene purgat, bene curat’ ofwel ‘De arts die ervoor zorgt dat de stoelgang van zijn patiënten goed is, behandelt hen goed’, geeft aan hoe groot het belang was dat men vroeger hechtte aan een goede stoelgang. Van oudsher is dan ook een groot aantal middelen met meer of minder sterke werking in gebruik om de stoelgang te bevorderen. Dergelijke middelen heten laxantia of laxeermiddelen. Hoewel aan een goede stoelgang tegenwoordig niet meer zo’n overheersende betekenis wordt toegekend als in vroeger dagen, worden laxantia nog steeds veel gebruikt (én misbruikt!). De belangrijkste geneeskundig zinvolle toepassing van laxeermiddelen is die bij de behandeling van verstoppingen die niet met dieet of leefregels te verhelpen blijken te zijn.

Het voedsel wordt na inwerking van de spijsverteringsenzymen slechts voor een gedeelte vanuit de dunne darm opgenomen in het bloed. Wat overblijft wordt door de peristaltiek (darmbewegingen) naar de dikke darm en de endeldarm voortbewogen. In de dikke darm wordt vocht aan de darminhoud onttrokken, waardoor de resten van het voedsel (en de bacterieflora) worden ingedikt. Bij voldoende vulling van de endeldarm wordt de behoefte tot ontlasting gevoeld. Deze reflexen kunnen echter worden onderdrukt, waardoor de gang naar het toilet wordt uitgesteld en de ontlasting verder wordt ingedikt en daardoor dus harder wordt. Aldus wordt de stoelgang bemoeilijkt en moet er meer geperst worden. Dit vergroot de kans op het ontstaan van bijvoorbeeld aambeien. Wanneer spreekt men van verstopping? Deze vraag is moeilijk in het algemeen te beantwoorden omdat het patroon van de stoelgang van persoon tot persoon varieert. Sommige mensen doen tweemaal per dag hun behoefte, andere slechts eenmaal per twee of soms*zelfs drie dagen. Van verstopping is sprake als bij normale voedselopname aanzienlijk minder ontlasting wordt geproduceerd dan voordien. Een belangrijke verandering van het normale patroon van de stoelgang vormt een aanleiding tot het raadplegen van de huisarts.

Verstopping is een symptoom waarvan de oorzaak moet worden opgespoord voordat laxeermiddelen worden toegepast. In verreweg de meeste gevallen van verstopping is de oorzaak gelegen in ongunstige voedings en leefgewoonten. Een jachtig en druk leven leidt vaak tot onderdrukking van de behoefte ‘om eens rustig te gaan zitten’. Te weinig vezels in de voeding leidt tot onvoldoende vulling van de darmen waardoor deze in mindere mate tot peristaltische activiteit worden aangezet.

Te weinig lichaamsbeweging is nog een andere omstandigheid die verstopping in de hand werkt. Verder komt op hogere leeftijd verstopping nog wel eens voor door een afgenomen beweeglijkheid van de darmen. Ook het
gebruik echter van bepaalde geneesmiddelen (sterkwerkende pijnstillers, anti-depressiva, codeïne en bepaalde zuurbindende middelen) alsmede het bestaan van neerslachtigheid en zwangerschap veroorzaken vaak verstopping. Daarnaast zijn nog andere betrekkelijk zeldzame oorzaken bekend, zoals een verminderde schildklierfunctie, kwaadaardige gezwellen en aangeboren afwijkingen van de darmen. Indien het door verandering van dieet of van leefgewoonten niet mogelijk is gebleken de verstopping te verhelpen, dan komt behandeling met laxeermiddelen in aanmerking. Ook een glas lauw water ’s ochtends op de nuchtere maag wil wel eens helpen. In bepaalde gevallen echter worden laxeermiddelen ook toegepast zonder dat van verstopping sprake is. Mensen die niet mogen persen of een operatie aan darmen of aambeien hebben ondergaan, moeten vaak gedurende enige tijd laxeermiddelen gebruiken om voor zachte ontlasting te zorgen. Ook bij het ‘schoonmaken’ van de darmen voor röntgenfoto’s of een operatie worden laxantia toegepast. Van misbruik van laxeermiddelen is sprake als ze worden toegepast als vermageringsmiddel!

Laxeermiddelen worden onderverdeeld in drie groepen: de middelen die de darminhoud vergroten, de middelen die de darmen prikkelen en de middelen die de ontlasting zachter maken.

Het vezelgehalte van de voeding kan worden vergroot door hieraan zemelen toe te voegen. Men dient dan tevens voor voldoende vochtopname te zorgen. Met zwelmiddelen als agaragar (meestal in combinatie met vloeibare paraffine: Agarol), methyl en carboxymethylcellulose en psylliumzaad (Metamucil en Volcolon) die water vasthouden en opzwellen, wordt ongeveer hetzelfde bereikt.

Metamucil Instant Mix bevat veel natrium (zout) en moet dus niet bij zoutloze diëten, hoge bloeddruk of hartklachten worden toegepast. Deze middelen moeten vóór gebruik enige tijd in water zwellen! Zouten als magnesiumcitraat (magnesiumcitraatdrank FNA), magnesiumsulfaat (bitterzout; in samengestelde magnesiumsulfaat-drank FNA), natriumsulfaat (Glauberzout; in samengestelde natriumsulfaatdrank FNA) en natrium(bi)fos-faat, houden water vast en vergroten hierdoor de darminhoud. Ze worden in de vorm van een oplossing in hoeveelheden van ongeveer 10 gram ’s ochtends op de nuchtere maag ingenomen. Hun bijwerkingen zijn meestal betrekkelijk gering. De belangrijkste zijn misselijkheid en darmkrampen. Mannitol alsmede de door suikerpatiënten soms gebruikte zoetstof sorbitol hebben bij voldoende dosering ongeveer dezelfde werking als genoemde zouten. Bij een verminderde nierfunctie is voorzichtigheid geboden inzake het gebruik van magnesiumzouten. Wellicht is het zelfs beter deze dan niet toe te passen.

Een bekend middel dat de dunne darm prikkelt, is wonderolie. Het is een goed werkend laxeermiddel, dat voornamelijk wordt voorgeschreven ter ontlediging van de darmen voor röntgenonderzoek. Door toevoegen van smaakstoffen kan de smaak worden verbeterd (aromatische ricinusolie FNA).

Bij prikkeling van de dikke darm wordt het transport van de ontlasting versneld, waardoor minder tijd voor wateronttrekking beschikbaar is en de ontlasting minder sterk wordt ingedikt. Voor prikkeling van de dikke darm zijn vele middelen beschikbaar die ook zonder recept verkrijgbaar zijn. Ze worden veel gebruikt en tenminste evenveel misbruikt. In tegenstelling tot wat men wel wil doen geloven, bevorderen ze een ‘natuurlijke darmwerking’ niet! Het is uitermate onnatuurlijk met deze middelen de stoelgang te bevorderen, al kan gebruik een enkele maal nodig zijn. Bij herhaald gebruik moet de dikke darm steeds sterker worden geprikkeld; er moeten grotere doses worden gebruikt, waarna een soort van verslaving ontstaat. Van te snelle darmpassage en prikkeling van de darmwand kunnen stofwisselingsstoornissen het gevolg zijn. Bijwerkingen zijn beperkt tot het optreden van misselijkheid en buikkrampen. Gebruik tijdens de zwangerschap is niet aan te raden.

Middelen die de dikke darm prikkelen zijn: het sap van de bladeren van de aloë-plant, dat in Urbanuspillen is verwerkt; bisacodyl, een synthetische stof, die voorkomt in Benelax, Carters-pilletjes, Dulcolax en Nourilax; bisoxatine (Wylaxine), ook een synthetische stof die een enkele maal tot overgevoeligheidsreacties van de huid aanleiding kan geven; dantron (Istizin, Vichypillen en Zwitsalax) dat weinig bijwerkingen heeft; fenolftaleïne, dat is verwerkt in Agarol, Brooklax, Darolax, ExLax Fructines ‘Vichy’ en Parfelax FNA; fenolftaleïne werkt lang en kan overgevoeligheidsverschijnselen veroorzaken. Verder: natriumpicosulfaat (Guttalax en Laxoberon), rhamnus (bast van de vuilboom en cascara) rheum (rabarbarwortel) en sennapreparaten (blaadjes en vruchten, in Bekunis, Depurativum lnstantpoeder, Franklinthee, Pursennide, Senna FNA, Sennocol en X-Praep). In zeer verschillende vormen en combinaties
worden deze stoffen op de markt gebracht, als stroop, aftreksel, thee, capsules, dragees en zelfs als jam en fruitblokjes!

Deze middelen werken als ze door de mond worden ingenomen pas na zes tot tien uur en kunnen dan ook het best ’s avonds voor het slapen gaan worden ingenomen. Ze kunnen een onschuldige rood tot bruingele verkleuring van de urine veroorzaken.

Een ander soort stof is de suiker lactulose (Duphalac), die als stroop wordt gebruikt. Deze suiker wordt niet vanuit de dunne darm opgenomen in het bloed en bereikt dus de dikke darm, waar vergisting tot onder meer melkzuur plaatsvindt. De laxerende werking is niet erg sterk en wordt veroorzaakt door deze gistingsprodukten. In de eerste dagen kan gebruik van lactulose aanleiding geven tot het laten van veel winden. Lactulose kan, wanneer daar redenen voor aanwezig zijn, ook door zwangere vrouwen en kinderen worden gebruikt.

Tenslotte is er de groep weekmakende middelen en glijmiddelen.

De weekmakende middelen verlagen de oppervlaktespanning van de darmsappen, waardoor water beter kan doordringen in de ontlasting. Zo blijft de ontlasting zachter. De werking van deze middelen is overigens twijfelachtig. Galzure zouten (in Lactobyl en Opobyl) en dioctylsulfosuccinaat FNA zijn de belangrijkste vertegenwoordigers uit deze groep. Ze moeten niet samen met vloeibare paraffine worden gebruikt, omdat van dit glijmiddel de absorptie kan worden vergroot. Het reeds genoemde paraffine is een smaakloze minerale olie die niet of nauwelijks wordt opgenomen. Het maakt de ontlasting zachter. Paraffine wordt doorgaans gebruikt in een emulsie met agaragar en fenolftaleïne (Agarol en Parfelax FNA). Bij langdurig gebruik kan een klein gedeelte van de paraffine in het lichaam worden opgenomen. Verder bestaat de mogelijkheid dat er na zeer langdurig gebruik gebrek ontstaat aan de in vet oplosbare vitaminen A, D, E en K. Als paraffine in de longen terechtkomt, kan het aanleiding geven tot een soort chronische longontsteking. Het kan daarom beter niet aan heel jonge kinderen en zeer oude of bedlegerige mensen worden gegeven, omdat deze meer kans hebben zich te verslikken. Soms lekt paraffine uit de anus, hetgeen een hinderlijke jeuk kan veroorzaken en bovendien zeer lastig is.

De ontlasting kan ook (meestal voor een eenmalig doel) worden opgewekt met zetpillen of klysma’s die de endeldarm prikkelen. Dergelijke zetpillen bevatten het reeds genoemde bisacodyl (Dulcolax). De klysma’s zijn samengesteld uit zoutoplossingen (Fleetklysma, Fosfaatklysma FNA en Practo-Clyss) of weekmakende en wateraantrekkende stoffen (Klyxen Microlax).

Bij goede eet en leefgewoonten is gebruik van laxeermiddelen slechts zelden nodig: de natuur is zeer wel in staat voor zichzelf te zorgen. Als gebruik nodig is geweest, dan zijn de darmen vaak zó leeg gemaakt dat het enige dagen kan duren voordat de stoelgang weer op gang komt. Het is onjuist dan direct wéér laxeermiddelen te gebruiken ‘omdat er niets meer komt’. Chronisch gebruik zou het gevolg kunnen zijn met alle gevolgen van dien; bijvoorbeeld stofwisselingsstoornissen en gebrek aan vitaminen.


Relevante artikelen

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

MEDISCH VOORBEHOUD

De informatie op Menselijk Lichaam is géén medisch advies. Neem bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op met een arts, specialist of apotheker.

Meer informatie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Met het laatste nieuws en gezonde tips