Inentingen: hoe een prik werkt en wat er in een vaccin zit
Van https://www.menselijklichaam.nl/infecties/inentingen/
Op deze pagina
Met een inenting bouw je afweer op zonder eerst ziek te worden. In het vaccin zitten dode of heel zwakke virussen of bacteriën. Daardoor word je niet ziek, maar leert je lichaam wel hoe het tegen de ziekte kan vechten en maakt het antistoffen aan. Kom je het echte virus of de echte bacterie later tegen, dan herkent je lichaam het en word je niet of minder ziek. In Nederland krijgen kinderen die prikken via het Rijksvaccinatieprogramma.
In het kort
- Een vaccinatie leert je afweersysteem hoe het een ziekteverwekker bestrijdt, zonder dat je er eerst ziek van hoeft te worden. Je lichaam maakt na de prik zelf antistoffen aan en onthoudt de ziekteverwekker daarna heel lang. Soms zijn er meerdere prikken nodig voordat dat lukt.
- Na een prik kun je je even niet lekker voelen. Soms krijg je bijwerkingen, zoals een pijnlijke arm of koorts; die verdwijnen vaak na 1 of 2 dagen.
- Neem contact op met de huisarts als je je zorgen maakt, bijvoorbeeld omdat je kind erg ziek is.
- Krijgt je kind een erge bijwerking, zoals een koortsstuip? Of is je baby jonger dan 3 maanden en heeft je baby koorts (38 graden of hoger)? Bel dan direct je huisarts of de huisartsenpost. Bel 112 als iemand niet meer reageert of moeite heeft met ademen.
- Welke prikken een kind krijgt en op welke leeftijd, verandert af en toe. Het actuele schema staat bij het Rijksvaccinatieprogramma.
Wat is een inenting?
Je wordt ziek door ziekteverwekkers zoals bacteriën en virussen. Het lichaam komt daartegen in verzet met het afweersysteem: een netwerk van cellen en stofjes die gespecialiseerd zijn in het bestrijden van ziekteverwekkers. Heb je een bepaalde bacterie of een bepaald virus nog nooit gehad, dan kun je er ziek van worden. Je lichaam moet namelijk eerst leren hoe het tegen die ziekteverwekker kan vechten, en dat kost tijd.
Een vaccinatie leert je afweersysteem hoe het ziekteverwekkers bestrijdt zodra ze je lichaam binnendringen. Ziek worden is vervelend en soms gevaarlijk. Daarom is het belangrijk dat het afweersysteem kan leren hoe de ziekteverwekker eruitziet, zonder dat je ziek hoeft te worden. Dat is wat een vaccin doet.
In een vaccin zitten kleine stukjes van de ziekteverwekker, of een paar hele ziekteverwekkers die erg zwak of dood zijn. Omdat ze zwak of dood zijn, of omdat er alleen kleine stukjes van worden gebruikt, maken ze je niet echt ziek. Het afweersysteem ziet de ziekteverwekker intussen wel, en kan hem leren kennen.
Wat gebeurt er in je lichaam na een prik?
Het afweersysteem bestaat uit twee delen. Sommige cellen bestrijden álle ziekteverwekkers. Dat doen ze heel snel, maar niet heel goed. Dit deel heet het aangeboren afweersysteem, omdat het al vanaf de geboorte zijn werk goed doet. Daarnaast zijn er cellen die heel goed kunnen vechten tegen ziekteverwekkers, maar die niet vanaf de geboorte weten hoe ze dat moeten doen.
Ze weten in het begin nog niet dat de ziekteverwekker bestaat. Ze moeten elke aparte ziekteverwekker leren herkennen, maar onthouden dat daarna heel erg lang. Soms zelfs voor altijd. Daarom heet dit het aangeleerde afweersysteem.
Dat leren duurt even, doordat elke cel maar een heel klein stukje van een ziekteverwekker herkent. Daardoor word je ziek van een ziekteverwekker die je nog nooit hebt gehad. Zodra de cellen hem wél herkennen, worden ze extra sterk. Er gebeuren dan drie dingen:
- de cellen vermenigvuldigen zich snel, om de ziekteverwekker goed te bestrijden;
- een deel van de cellen maakt antistoffen; die plakken vast aan de ziekteverwekker, waardoor die minder goed kan werken;
- de antistoffen laten ook aan de andere afweercellen in de buurt weten dat ze een ziekteverwekker hebben gevonden, zodat ook het aangeboren afweersysteem hem beter kan bestrijden.
De meeste cellen en antistoffen verdwijnen weer nadat de ziekteverwekker is opgeruimd, maar een klein deel blijft bestaan. Zij zijn een soort bewakers. Komt dezelfde ziekteverwekker terug, dan plakken de overgebleven antistoffen er meteen aan vast en worden de overgebleven cellen weer actief. Dat gaat veel sneller dan de eerste keer. Dit heet de geheugenfunctie van het aangeleerde afweersysteem, en daardoor word je veel minder ziek, of zelfs helemaal niet.
Soms heeft je afweersysteem een paar herinneringen nodig voordat het de ziekteverwekker goed kan herkennen. Er zijn dan meerdere prikken nodig. Dat is de reden dat een kind niet altijd aan één prik genoeg heeft.
Vaccinatie of een prik met antistoffen: wat is het verschil?
Niet elke prik is een vaccinatie. Er bestaat ook een prik waarbij het lichaam zelf niets hoeft te doen. Bij vaccinatie maakt het lichaam zelf antistoffen aan na een prik. Bij passieve immunisatie zitten die antistoffen al in de prik. De prik tegen het RS-virus voor baby’s is zo’n prik met antistoffen: dat is geen vaccinatie maar een immunisatie, en hij bevat kant-en-klare antistoffen waardoor de baby meteen beschermd is.
Dat verschil is ook merkbaar. Bij een prik met antistoffen hoeft het lichaam niet zelf aan de slag, en daarom zijn er bijna nooit bijwerkingen. Krijgt een baby na zo’n prik toch koorts, bel dan de huisarts, omdat die koorts ook door iets anders kan komen. Is je baby 3 maanden of jonger, bel dan direct je huisarts of de huisartsenpost.
Wat zit er in een vaccin?
In de bijsluiter van een vaccin staat precies wat erin zit. Dat is meer dan alleen het deel waar je bescherming van krijgt. Er zitten ook stoffen in die het vaccin laten werken en houdbaar maken, en kleine restjes van het productieproces. Wat erin zit is in drie groepen te verdelen:
- werkzame delen: delen van het virus of de bacterie waar bescherming tegen wordt opgebouwd;
- hulpstoffen: stoffen die zorgen dat het vaccin beter werkt of langer houdbaar is, of die zorgen dat het makkelijker toegediend kan worden;
- reststoffen: resten van stoffen die zijn gebruikt bij het maken van het vaccin. Als het vaccin af is, worden die er zoveel mogelijk uitgehaald, maar soms blijft er een klein beetje achter. De hoeveelheden zijn zo klein dat ze geen gevolgen hebben voor de gezondheid.
Het werkzame deel is niet bij elk vaccin hetzelfde. Tetanus en difterie worden veroorzaakt door het gif dat de bacteriën maken. Voor die vaccins wordt dat gif met een chemische behandeling onschadelijk gemaakt. Het heet dan een anatoxine: je wordt er niet ziek van, maar je afweersysteem kan het wel leren herkennen.
Een ander soort vaccin bevat virussen die zijn verzwakt maar nog leven. Omdat ze zo zwak zijn, kunnen ze geen ernstige ziekte meer veroorzaken; ze veroorzaken alleen een lichte infectie. Juist doordat er een lichte infectie ontstaat, geven deze vaccins een hele goede afweerreactie en een lange bescherming.
Bij het maken van de vaccins voor het Rijksvaccinatieprogramma worden geen kippeneieren gebruikt. Die vaccins kunnen dus geen resten van kippenei-eiwit bevatten, en kinderen met een allergie voor kippenei-eiwit kunnen er zonder problemen mee worden gevaccineerd.
Welke prikken krijgt een kind, en wanneer?
Welke prikken een kind krijgt en op welke leeftijd, verandert af en toe. Het actuele schema staat bij het Rijksvaccinatieprogramma. Wat hieronder staat is de vorm van het programma, niet het schema zelf. Dat verschil is belangrijk: dit artikel vertelt hoe het programma in elkaar zit, maar welke prik op welke dag hoort, lees je bij de bron die hem beheert.
Een kind kan prikken krijgen tegen zes erge ziektes, zoals tetanus en kinkhoest. Het gaat om difterie, kinkhoest, tetanus, polio, haemophilus influenzae type b en hepatitis B, en dat is samen één prik: de DKTP-Hib-HepB-prik. Voor die vaccinatie krijg je een brief van het Rijksvaccinatieprogramma.
De DKTP-Hib-HepB-prik is een van de prikken uit het programma en niet de enige. Het programma bestaat uit prikken en druppels. Er zitten ook prikken in tegen pneumokokken, bof, mazelen en rodehond (de BMR-prik), meningokokken ACWY en HPV, plus de prik tegen het RS-virus. Tegen het rotavirus krijgt een baby druppels.
Van de DKTP-Hib-HepB-prik krijgt een baby in het eerste jaar meestal drie prikken. Bij 5 en 14 jaar krijgt een kind nog herhaalprikken: de DKT-prik en de DTP-prik. Die beschermen samen tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio.
Hoe lang de bescherming daarna duurt, verschilt per ziekte. Tegen polio, haemophilus influenzae type b en hepatitis B is een kind meestal voor altijd beschermd. Tegen tetanus en difterie is een kind 10 jaar beschermd. Tegen kinkhoest is een kind 5 jaar beschermd.
Doordat de meeste kinderen die prik krijgen, krijgt bijna niemand in Nederland nog difterie, tetanus en polio. Kinkhoest, hepatitis B en ziektes door haemophilus influenzae type b komen soms nog wel voor, maar door de prik worden mensen daar vaak niet erg ziek van. En met de prikken help je ook anderen: hoe meer kinderen de prikken krijgen, hoe minder kinderen de ziekte krijgen, en hoe kleiner de kans om anderen te besmetten.
Wie mag meedoen, en wie geeft toestemming?
Volgens de wet hebben kinderen tot 18 jaar en zwangere vrouwen vanaf 22 weken zwangerschap recht op vaccinaties uit het Rijksvaccinatieprogramma. Een van de situaties waarin dat geldt, is dat ze in de Basisregistratie Personen staan ingeschreven én in Nederland wonen.
Voor het geven van de vaccinaties is volgens de wet toestemming nodig. De jeugdgezondheidszorg geeft de vaccinaties in de buurt. Tijdens het bezoek vertelt de arts of verpleegkundige over de vaccinaties en wat je kunt verwachten, en je kunt dan ook vragen stellen. Daarna wordt om toestemming gevraagd. Met de uitnodiging stuurt het RIVM ook een brochure mee, zodat je zelf kunt besluiten om wel of geen toestemming te geven.
Wie die toestemming geeft, hangt af van de leeftijd:
- voor kinderen tot 12 jaar geven de ouders of verzorgers toestemming;
- van 12 tot 16 jaar geven de ouders of verzorgers én het kind toestemming;
- vanaf 16 jaar geeft alleen het kind zelf toestemming.
Je hoeft geen handtekening te zetten. De toestemmingen gelden voor het hele Rijksvaccinatieprogramma, en je kunt je besluit elk moment veranderen. Het gaat namelijk om twee toestemmingen: een voor het geven van de vaccinaties, en een voor het uitwisselen van gegevens tussen de jeugdgezondheidszorg en het RIVM. De vaccinatiegegevens gaan altijd naar het RIVM; die tweede toestemming gaat over je persoonsgegevens.
Wanneer wordt een prik uitgesteld?
Voordat de vaccinatie wordt gegeven, onderzoekt de arts het kind. Is het kind niet helemaal fit, dan kan besloten worden om de prik uit te stellen. Het gaat er dan om of je kind de prik later moet krijgen. Ook bij een aantal aandoeningen en behandelingen wordt eerst overlegd of het beter is te wachten.
Voor de DKTP-Hib-HepB-prik geldt: in een aantal situaties overleg je met het consultatiebureau of de Jeugdgezondheidszorg of je kind de prik later moet krijgen:
- je kind heeft koorts: 38 graden of hoger;
- je kind heeft minder afweer door een ziekte;
- je kind krijgt een operatie op de dag van de prik, of binnen 2 dagen erna;
- je kind heeft epilepsie;
- je kind krijgt prikken tegen een allergie, zoals tegen hooikoorts.
Is je baby jonger dan 3 maanden en heeft je baby koorts (38 graden of hoger)? Bel dan direct je huisarts of de huisartsenpost. Twijfel je of je kind de prik mag krijgen, vraag het dan aan het consultatiebureau of de Jeugdgezondheidszorg in jouw buurt. Of aan de arts in het ziekenhuis, als je kind daar in behandeling is. Is je kind allergisch voor antibiotica, meld dat dan aan de verpleegkundige of arts voordat de vaccinatie wordt gegeven.
Wat merk je na een prik?
De meeste kinderen voelen zich na een vaccinatie even niet lekker. De bijwerkingen komen meestal al op de dag van de prik en duren meestal niet langer dan 1 tot 2 dagen. Bij de prik tegen bof, mazelen en rodehond, de BMR-vaccinatie, komt een reactie pas na 5 tot 12 dagen.
Bijwerkingen ontstaan meestal doordat de vaccinatie het afweersysteem van het lichaam aan het werk zet. Binnen 1 dag na de prik kan een baby bijwerkingen krijgen. Bijvoorbeeld meer slapen of meer huilen, pijn op de plek van de prik, een prikplek die dik, rood of warm is, en koorts.
Bij de DKT-prik en de DTP-prik kan een kind last krijgen van 1 of meer bijwerkingen. Dat zijn pijn op de plek van de prik, een dikke, rode of warme prikplek, en koorts. Ook hoofdpijn, misselijk zijn en overgeven staan in die lijst.
De plek van de prik kan rood of dikker worden, en een enkele keer wordt de hele bovenarm of het hele bovenbeen rood en dikker. Dat ziet er vaak heel erg uit en een kind kan er een paar dagen last van hebben, maar het gaat vanzelf over.
Wat je daar zelf aan kunt doen:
- bewegen na de vaccinatie helpt om pijn, stijfheid en zwelling van de prikplek te verminderen;
- is de plek van de prik warm of dik, dan kan koelen de pijn en de zwelling verminderen. Leg er een washand of theedoek op die met koud kraanwater nat is gemaakt. Gebruik geen ijs en geen ice- of coolpacks, want dat kan bevriezing veroorzaken;
- heeft je kind na de vaccinatie duidelijke pijn of huilt je baby veel? Overweeg dan om later op de dag van inenting een paracetamol te geven; lees altijd eerst de bijsluiter van de pijnstiller;
- koorts is een natuurlijke reactie. Je hoeft niet gelijk een paracetamol te geven, en wil je dat wel, lees dan altijd eerst de bijsluiter;
- geef je kind met koorts voldoende drinken, om uitdroging te voorkomen.
Is je baby jonger dan 3 maanden en heeft je baby koorts (38 graden of hoger)? Bel dan direct je huisarts of de huisartsenpost. Neem contact op met de huisarts als je je zorgen maakt, bijvoorbeeld omdat je kind erg ziek is. Bel ook als de koorts langer dan een paar dagen aanhoudt of hoger is dan 39 graden.
Wanneer naar de huisarts?
Neem contact op met de huisarts als je je zorgen maakt, bijvoorbeeld omdat je kind erg ziek is. Bel ook als de koorts langer dan een paar dagen aanhoudt of hoger is dan 39 graden.
Is je baby jonger dan 3 maanden en heeft je baby koorts (38 graden of hoger)? Bel dan direct je huisarts of de huisartsenpost.
Krijgt je kind een erge bijwerking, zoals een koortsstuip? Bel dan direct je huisarts of de huisartsenpost.
Bel ook direct bij tekenen van een ernstige allergische reactie: opgezwollen slijmvliezen of dikke lippen.
Krijgt je baby koorts na de prik tegen het RS-virus? Bel dan altijd de huisarts. Is je baby 3 maanden of jonger, bel dan direct je huisarts of de huisartsenpost.
Bel 112 als iemand niet meer reageert of moeite heeft met ademen.
Koortsstuipen komen regelmatig voor bij kinderen: de koorts loopt dan snel op, en je kind kan met armen en benen gaan trekken of buiten bewustzijn raken. Ook na een prik is dat een enkele keer mogelijk. Krijgt je kind een koortsstuip? Bel dan direct je huisarts of de huisartsenpost. Bel 112 als iemand niet meer reageert of moeite heeft met ademen.
Dat ziet er heel erg uit en je kunt er als ouder flink van schrikken. Toch zijn deze stuipen onschuldig en is er maar een kleine kans op herhaling bij volgende vaccinaties.
Een allergische reactie hoeft niet heel ernstig te zijn: de meeste veroorzaken alleen wat huiduitslag, jeuk of allebei. Ernstige allergische reacties door vaccinaties bij kinderen zijn zeer zeldzaam: in Nederland zijn ze voor zover bekend nog nooit voorgekomen. Denk je dat je kind na een vaccinatie een vertraagde allergische reactie heeft gehad, zoals jeuk of huiduitslag op de plek van de prik? Meld dat dan bij een volgende vaccinatie aan de verpleegkundige of arts. Een allergische reactie kan wel ernstiger worden als het lichaam vaker in contact komt met dezelfde stof.
Bij zo’n ernstiger reactie kunnen slijmvliezen opzwellen, krijg je dikke lippen en rode vlekken op de huid, en kun je benauwd worden. In heel ernstige gevallen kunnen de bloedvaten groter worden en kan de bloeddruk dalen; dat heet een anafylactische reactie. Zie je die tekenen? Bel dan direct je huisarts of de huisartsenpost. Bel 112 als iemand niet meer reageert of moeite heeft met ademen.
Moet je als volwassene nog prikken halen?
Na de prikken uit het Rijksvaccinatieprogramma is een kind tegen tetanus en difterie 10 jaar beschermd en tegen kinkhoest 5 jaar. Tegen polio, haemophilus influenzae type b en hepatitis B is de bescherming meestal blijvend. Zwangere vrouwen kunnen vanaf 22 weken zwangerschap een prik tegen kinkhoest krijgen, om hun baby te beschermen: de 22-wekenprik. Die prik krijg je van de Jeugdgezondheidszorg, en je maakt daar zelf een afspraak voor. Tegen tetanus raden artsen volwassenen in twee situaties wel een prik aan.
In sommige beroepen is het risico op tetanus groter; voor mensen met zo’n beroep is het verstandig om elke 10 jaar opnieuw een prik te krijgen. Het gaat om dierenartsen, hoveniers, boeren, vuilnis-ophalers en mensen die veel met paarden werken.
Ga je een verre reis maken? En is het langer dan 10 jaar geleden dat je een prik tegen tetanus kreeg? Dan raden artsen meestal aan om opnieuw te prikken. Bel daarover met de GGD of met je huisarts.
Verder komt de tetanusprik bij volwassenen vooral in beeld na een wond waar vuil in is gekomen. Wat er dan precies geldt, staat in het artikel over wanneer je na een wond een prik tegen tetanus nodig hebt.
Veelgestelde vragen
Waar vind ik het actuele vaccinatieschema?
Het actuele schema staat bij het Rijksvaccinatieprogramma, en de link daarnaartoe staat bij de bronnen onder dit artikel. Dit artikel geeft met opzet geen eigen schema. Welke prikken een kind krijgt en op welke leeftijd, verandert af en toe, en een schema op een andere website loopt daar altijd achteraan.
Wat is het verschil tussen een vaccinatie en een prik met antistoffen?
Bij vaccinatie maakt het lichaam zelf antistoffen aan na een prik. Bij passieve immunisatie zitten die antistoffen al in de prik. Het lichaam hoeft dan zelf niet aan de slag, en daarom zijn er bij zo’n prik bijna nooit bijwerkingen. De prik tegen het RS-virus voor baby’s is er een voorbeeld van.
Ik ben gebeten door een dier, heb ik een prik nodig?
Bel bij een bijtwond dezelfde dag de huisarts. Het kan zijn dat je 1 of meer prikken tegen tetanus nodig hebt, of medicijnen tegen ontstekingen door een bacterie. Ben je in het buitenland gebeten, gekrabd of gelikt, dan heb je volgens Thuisarts snel prikken tegen hondsdolheid nodig. Ook na een beet, krab of lik van een vleermuis of van een dier dat uit het buitenland komt, kun je die nodig hebben. Bel dan direct een arts. Wat je vóór dat telefoontje al zelf doet, staat in het artikel over hondsdolheid.
Is de DKTP-Hib-HepB-prik veilig?
De DKTP-Hib-HepB-prik is heel goed getest en veilig. Er zijn geen bijwerkingen bekend die niet meer weggaan. Bijwerkingen worden bovendien internationaal bijgehouden: je kunt een bijwerking na een vaccinatie zelf melden bij Bijwerkingencentrum Lareb. Doordat die meldingen internationaal worden verzameld, vallen zeldzame bijwerkingen eerder op, en als het nodig is worden vaccins of het vaccinatieprogramma aangepast.
Waarom zijn er soms meerdere prikken nodig?
Soms heeft je afweersysteem een paar herinneringen nodig voordat het de ziekteverwekker goed kan herkennen. Er zijn dan meerdere prikken nodig. Zo werkt het aangeleerde afweersysteem. Dat deel van je afweer moet elke ziekteverwekker apart leren herkennen, en dat lukt niet altijd in één keer.
Bronnen
- Rijksvaccinatieprogramma, Hoe werkt vaccineren?
- Rijksvaccinatieprogramma, Wat zijn vaccinaties?
- Rijksvaccinatieprogramma, Wat zit er in een vaccin?
- Rijksvaccinatieprogramma, Bijwerkingen
- Rijksvaccinatieprogramma, Vaccinatieschema
- Rijksvaccinatieprogramma, RS-virusprik
- Rijksvaccinatieprogramma, Jouw toestemming
- Rijksvaccinatieprogramma, Voor wie is het RVP?
- Thuisarts.nl, Mijn kind heeft een uitnodiging gekregen voor de DKTP-Hib-HepB-prik
- Thuisarts.nl, Ik heb een wond. Moet ik een prik halen tegen tetanus?
- Thuisarts.nl, Mijn kind heeft last van bijwerkingen na een prik tegen ziektes
- Thuisarts.nl, Mijn kind heeft koorts
- Thuisarts.nl, Ik ben zwanger en wil mijn baby beschermen tegen kinkhoest (22 wekenprik)
- Thuisarts.nl, Ik wil me beschermen tegen hondsdolheid
- Thuisarts.nl, Ik heb een bijtwond
- RIVM, Hondsdolheid
- Thuisarts.nl, Spoed: wie moet je bellen?
Was dit artikel nuttig?
