Algemeen

De gevolgen van roken

Van https://www.menselijklichaam.nl/algemeen/de-gevolgen-van-roken/

Door Redactie Menselijk Lichaam Laatst bijgewerkt · Leestijd 2 min

Sigarettenrook bevat ongeveer vierduizend verschillende chemische stoffen, waaronder sporen van bekende giftige stoffen als DDT, arsenicum en methanal. Koolmonoxide uit sigarettenrook onttrekt zuurstof aan de rode bloedcellen, en vermindert daarmee de zuurstofvoorziening van de weefsels.

De tere weefsels van de mond, keel (pharynx) en het strottenhoofd (larynx) worden regelmatig blootgesteld aan de schadelijke effecten van sigarettenrook. De meeste mensen die aan mondkanker lijden voldoen aan het volgende profiel: een man boven de 50, die het grootste gedeelte van zijn leven zwaar heeft gerookt. Pijp- en sigarenrokers lopen hetzelfde risico op mond- en keelkanker; het gebruik van pruimtabak leidt hoofdzakelijk tot lip- en mondkanker.

Nadat de rook de mondholte gepasseerd is, blijft 70 tot 90 procent van de geïnhaleerde bestanddelen in de longen achter. Een paar trekjes van een sigaret zijn al voldoende om de werking van de trilhaartjes (cilia) in het slijmvlies van de bronchiën, te verminderen. Deze kleine haarvormige lichaampjes functioneren normaal gesproken als een soort bezempjes die ongewenste deeltjes uit de longen vegen. Het roken van slechts één sigaret vermindert al de veegcapaciteiten van deze trilharen.

Regelmatig roken verlamt de trilhaartjes, zodat de longen worden blootgesteld aan miljarden kleine schadelijke deeltjes in de sigarettenrook. Als de trilhaartjes amper meer functioneren, krijgt de teer uit de sigaret de kans zich aan de longen te hechten en het tere longweefsel te beschadigen. Wanneer de teer is afgekoeld in de longen, vormt het een bruine, kleverige laag op de binnenwanden van de luchtwegen. Deze laag bevat chemische stoffen die longkanker kunnen veroorzaken.

Het verband tussen roken en longkanker staat onomstotelijk vast. Rond de eeuwwisseling kwam longkanker relatief weinig voor. Maar door het wijdverbreide sigaretten roken van mannen na de eerste wereldoorlog en dat van vrouwen dertig jaar later, is longkanker tegenwoordig de meest dodelijke vorm van kanker. Sigarettenrokers hebben ongeveer een tien keer grotere kans om longkanker te krijgen dan niet-rokers. Rokers van pijp of sigaren hebben over het algemeen genomen een iets kleinere kans op long- en blaaskanker, waarschijnlijk omdat ze de rook meestal niet zo diep inhaleren.

Een aantal onderzoeken en rapporten hebben duidelijk aangetoond dat sigaretten roken ook de voornaamste oorzaak is van chronische longziekten als chronische bronchitis en emfyseem. Naast het verlammen en vernietigen van de trilharen in de longen, richt de rook ook onherstelbare schade aan de alveoli aan, de kleine longblaasjes waar kooldioxide wordt uitgewisseld met zuurstof. Wanneer deze longblaasjes ernstig worden beschadigd, is het lichaam niet langer in staat om voldoende zuurstof naar vitale organen van het lichaam te transporteren. Uiteindelijk kunnen de chronische bronchitis en het longemfyseem dan tot de dood leiden.

Was dit artikel nuttig?

Artikel delen: Delen via WhatsApp

Lees ook