Cyclische veranderingen

De mammae (melkklieren) zijn gevoelig voor cyclische veranderingen en worden door dezelfde hormonen beïnvloed die de menstruatiecyclus, zwangerschap en menopauze regelen. Deze normale processen maken de borsten groter of laten ze krimpen, wat symptomen oplevert die voor een ziekte aangezien zouden kunnen worden. Onder invloed van de wisselende hormoonspiegel ondergaan de borsten tijdens de menstruatiecyclus een aantal veranderingen. In de premenstruele fase, ongeveer op de achtste dag van de cyclus, wordt de borst groter als voorbereiding op een eventuele zwangerschap. De bloedvaten worden gevuld, de weefsels zuigen zich vol met lichaamsvloeistoffen en in de kwabben worden nieuwe kleinere kwabben aangemaakt. De borsten bereiken hun maximale grootte net voor de menstruatie. Tijdens de premenstruele fase kunnen de borsten pijnlijk of gevoelig worden en ontwikkelen mogelijk goedaardige vochthoudende cysten, die als knobbeltjes aanvoelen. De meeste cysten verdwijnen na de menstruatie. Een vrouw moet echter een arts consulteren als ze na de menstruatie nog een knobbeltje voelt. Als er geen zwangerschap is opgetreden en de menstruatie begint, worden de borsten kleiner en verdwijnen de aangemaakte kleine kwabben. De borsten hebben de minimale grootte ongeveer op de zevende dag van de menstruatie.

Als de vrouw zwanger raakt, worden de borsten groter als voorbereiding op de borstvoeding en hun normale grootte kan verdubbelen of zelfs verdrievoudigen. De klieren van Montgomery (in de areola) worden duidelijker zichtbaar, de tepel en de areola worden donkerder van kleur en de pigmentatie kan zich buiten de areola verplaatsen, zodat er ringen omheen te zien zijn. De vergrote bloedvaten zijn duidelijk te zien in de huid en er worden nieuwe buisjes en kwabjes aangemaakt. Het is een algemene misvatting dat kleine borsten niet genoeg melk produceren. Ze zijn feitelijk minstens zo productief als grote borsten. Als de vrouw gezond is, is er geen reden waarom haar borsten geen melk zouden leveren, ongeacht de vorm of grootte. De hoeveelheid melk van de moeder past zich aan aan de hoeveelheid die de baby drinkt. Als de borstvoeding ophoudt, stopt ook de melkproductie. De borsten keren terug naar hun normale staat, hoewel ze enigszins anders kunnen zijn. Sommige vrouwen merken dat hun borsten kleiner zijn na de geboorte, en anderen hebben zachtere en vollere borsten. In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, verandert borstvoeding de vorm van de borsten niet. Tijdens de zwangerschap kunnen de borsten echter zoveel belangrijke veranderingen ondergaan, dat hun structuur of vorm na de bevalling enigszins veranderd kan zijn.

Na de menopauze krimpt het klierweefsel geleidelijk en verdwijnt gedeeltelijk in het bindweefsel. De kwabben verdwijnen niet helemaal, maar raken verspreid en worden klein. De borsten van vrouwen in de menopauze bevatten voornamelijk vet, dat geleidelijk andere weefsels vervangt. De huid en bindweefselbanden verliezen hun rekbaarheid en de borsten kunnen gaan hangen. Ze verliezen niet altijd hun vorm, omdat het vet helpt de vorm te bewaren. Bij erg magere vrouwen zijn de veranderingen het best te zien, maar over het algemeen worden de veranderingen in de menopauze bepaald door de gezondheid, fitheid, erfelijke aanleg en hormonale status.


Relevante artikelen

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

MEDISCH VOORBEHOUD

De informatie op Menselijk Lichaam is géén medisch advies. Neem bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op met een arts, specialist of apotheker.

Meer informatie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Met het laatste nieuws en gezonde tips