Alles over jouw lichaam

Categorie: Algemeen

Genitaliën

Voortplanting is het proces waardoor nakomelingen ontstaan. Bij mensen versmelten tijdens de bevruchting de spermatozoa van de man en de eieren van de vrouw, die worden geproduceerd door de eierstokken en de testes, waardoor een nieuw mens wordt gevormd. Een medisch onderzoek van de genitaliën en de voortplantingsorganen is een vaststelling van de toestand en het functioneren van de voortplantingsorganen.

Bij volwassen mannen bestaat een uitgebreid onderzoek uit het onderzoeken van de externe genitaliën, de eventuele aanwezigheid van liesbreuken en van de prostaat. De arts zal het onderzoek beginnen met het vaststellen van de hoeveelheid en verspreiding van het schaamhaar. De hoeveelheid schaamhaar verschilt aanzienlijk van man tot man. Alleen als het haar heel dun of afwezig is, wordt er een notitie van gemaakt. De normale vorm van begroeiing is driehoekig, met verspreiding naar het abdomen. De huid van de penis en het scrotum wordt onderzocht op zweertjes, kloofjes en schilfers. De voorhuid van de penis moet makkelijk terug te trekken zijn. Een kleine hoeveelheid dikkig, wit smegma bevindt zich normaal gesproken tussen de voorhuid en de eikel. Er mag geen afscheiding uit de urinebuis komen.

Als er wel afscheiding vastgesteld wordt, kan dat duiden op infecties. De testes hebben een diameter van ongeveer 2 tot 4 centimeter. De testikels worden onderzocht door de vingers onder de teelbal te plaatsen en de duim er bovenop. De teelbal wordt vervolgens zacht heen en weer gerold. Hij moet zacht en rubberachtig aanvoelen en er mogen geen bulten of vergroeiingen voelbaar zijn. Beide teelballen worden op deze manier onderzocht. De volgende stap is het bevoelen van de epidymis, een koordachtige structuur aan de boven- en achterkant van elke teelbal. Er wordt gevoeld of zich een boonachtige bult op de voor- of zijkant van de teelbal bevindt.

De bult mag niet gevoelig zijn. Teelbalonderzoek moet minstens één keer per maand zelf uitgevoerd worden. Testikelkanker komt meestal slechts in één teelbal voor en als het vroegtijdig geconstateerd wordt, kan het volledig genezen. De inguinale en femorale gebieden worden ook bevoeld op zwellingen en bulten. De prostaat is normaal gesproken zo’n vier centimeter in doorsnee en als hij bevoeld wordt moet hij glad, maar stevig en rubberachtig aanvoelen. Hij mag slechts een klein stukje van z’n plaats komen. Gevoeligheid in dit gebied kan duiden op problemen.

Bij volwassen vrouwen bestaat een uitgebreid onderzoek van de genitaliën en voortplantingsorganen uit het onderzoeken van de lymfeknopen in de lies, de uitwendige genitaliën, vagina en cervix (baarmoederhals), uterus (baarmoeder) en eierstokken. De arts zal beginnen met het vaststellen van de hoeveelheid en verspreiding van het schaamhaar. Bij een vrouw die menstrueert is het haar meestal kroezig. Na de menopauze wordt het haar sluiker. De huid rond de grote en kleine schaamlippen wordt onderzocht op kloofjes, leucoplakia, zweertjes en schilfers. Er mag geen afscheiding uit de urinebuis zijn. Als er wel afscheiding is, kan dit duiden op een infectie.

De vagina moet roze gekleurd zijn en de vaginawand moet een goede tonus hebben. Als onderdeel van het buikholte-onderzoek zal de arts handschoenen aantrekken en twee vingers in de vagina steken. Terwijl hij op het abdomen drukt, onderzoekt de arts de baarmoeder, eierstokken en andere organen. De vagina ligt normaal gesproken naar achteren en heeft een diameter van ongeveer 2 tot 3 centimeter.

Hij moet glad, beweegbaar en niet gevoelig zijn. Om de wanden van de baarmoederhals en de vagina te kunnen zien, brengt de arts een zogenaamd speculum in om de wanden van de vagina uiteen te houden en vervolgens schijnt hij met een lamp naar binnen om te kijken of hij kloofjes, ontstekingen of ongebruikelijke dingen ziet. De baarmoeder heeft ongeveer de omvang van een vuist, behalve tijdens een zwangerschap. Hij bevindt zich voor in de buikholte en is stevig en heeft een glad oppervlak.

De eileiders zijn licht gevoelig wanneer ze bevoeld worden. Ze zijn iets minder dan 4 centimeter lang en voelen glad en beweegbaar aan. De volgende stap is het nemen van een monster van baarmoederhalscellen. Zo’n monster heet een Papanicolaou-test. Beter bekend onder de naam paptest. De paptest bestaat simpelweg uit het maken van een uitstrijkje van cellen die gekleurd worden en daarna onder de microscoop worden bekeken. Een uitstrijkje wordt gebruikt voor het opsporen van baarmoederhalskanker.

De uitslagen worden als volgt gegroepeerd:

Klasse 1: Er zijn alleen normale cellen gevonden.
Klasse 2: Er zijn a-typische cellen gevonden die ontstoken zijn.
Klasse 3: Er is een milde vorm van dysplasie aangetroffen.
Klasse 4: Er zijn ernstige dysplasie en verdachte cellen aangetroffen.
Klasse 5: Er zijn kankercellen aangetroffen.

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*