Cellen

Alle levende organismen, ook de eenvoudigste micro-organismen , zijn uit cellen opgebouwd. Ondanks verschillen in afmeting en vorm zijn alle cellen in wezen gelijk; wel zijn de meeste cellen gespecialiseerd.

Bijna alle cellen van het menselijk lichaam zijn alleen zichtbaar bij sterke vergroting. Hun doorsnede bedraagt gemiddeld 1/50 tot 1/100 mm, maar kan ook kleiner zijn (bij bepaalde hersencellen bijvoorbeeld 1/200 mm) of groter (vrouwelijke eicellen 1/4 mm). Afzonderlijke, door vloeistof omgeven cellen zijn vaak bolvormig; dit is waar te nemen in bloed en bij in vloeistof gekweekte cellen. In weefsel wordt deze vorm gewijzigd door de druk van aanliggende cellen. Ook de groei veroorzaakt veranderingen in grootte en vorm: er kunnen cilindervormige of takachtige uitlopers ontstaan. Een cel bevat een celkern en celvocht (cytoplasma, protoplasma), omsloten door een celwand en/of een celmembraan. Deze laatste is zeer dun en bestaat slechts uit een dubbele laag vetmoleculen tussen lagen eiwit, waarbij het een functie heeft in de stofwisseling van de cel. De ronde kern (nucleus) bevat het kernlichaampje (nucleolus) en uit desoxyribonucleïnezuur (DNA) bestaande chromatinekorrels. Het cytoplasma is een geleiachtige oplossing van zouten, eiwitten, vetten en koolhydraten. Sommige van deze bestanddelen hebben de vorm van uiterst kleine korreltjes of druppeltjes; daarnaast bevat het gecompliceerde structuren: de organellen.

De mitochondriën zijn zeer kleine bol- of buisvormige structuurtjes, die enzymen (fermenten) bevatten, de stoffen die bij biochemische reacties inwerken op eiwitten. Deze enzymen spelen een rol bij de ademhaling van de cel en bij het produceren van energie. Het endoplasmatisch reticulum is een netwerk van ribonucleïnezuur (RNA) en is het onderdeel van de cel dat eiwit produceert.
De structuren van de verschillende RNA-moleculen dienen als patroon bij het vormen van de verschillende eiwitten. Het Golgi-apparaat wordt voornamelijk aangetroffen in cellen die een secreet produceren; het is een opeenhoping van zeer fijne kanaaltjes in de nabijheid van de celkern. Een van de voor de celdeling belangrijke organellen is het centrosoom.
De celkern is onmisbaar voor de instandhouding en voortplanting van de levende cel. Groeiend weefsel vormt nieuwe cellen. In bijna ieder weefsel sterven cellen af en worden zij vervangen. Het vormen van nieuwe cellen door celdeling wordt gereguleerd door de celkern, die de genen (die de erfmassa overdragen) bevat (zie erfelijkheid); genen zijn opgebouwd uit DNA-moleculen en hun verdubbeling is het essentiële kenmerk van de celdeling. De DNA-moleculen dragen door een wisselende rangschikking een grote hoeveelheid informatie over inzake de opbouw van eiwitten en de productie van enzymen, en bepalen daarmee alle voor het leven belangrijke processen.
De genen vormen lange dunne ketens (chromosomen), die onzichtbaar zijn zolang de cel zich niet in het stadium van deling bevindt. In de menselijke cel zijn 46 van zulke ketens (23 paren) aanwezig. De normale wijze van celdeling wordt mitose genoemd (kerndeling). Het vormen van nieuw DNA duurt ongeveer 8 uur, terwijl de mitose minder dan 2 uur in beslag neemt. Menselijke cellen delen zich hoogstens eenmaal per dag, veel soorten cellen doen dat pas na verloop van weken of maanden. In het algemeen vindt de celdeling daarom plaats in de vorm van een korte, hevige activiteit in een slechts korte periode van het leven van de cel, waardoor het normale functioneren van de cel nauwelijks wordt onderbroken.
Onder reductiedeling (meiose) wordt een bijzondere vorm van celdeling verstaan, die plaatsvindt in de ovaria en de testes, waarbij het aantal chromosomen in de nieuw geproduceerde cellen wordt gereduceerd tot de helft (23).

Weefsels
Een weefsel is een samenstel van cellen met gelijke structuur en functie. Naar gelang van de ontwikkeling worden 4 groepen weefsels onderscheiden: epitheel-, bind- en steunweefsel, spier- en zenuwweefsel.

Epitheelweefsel
Epitheelcellen bedekken alle uitwendige en inwendige lichaamsoppervlakken. Naar gelang van zijn functionele taak kan epitheelweefsel hard zijn, uit vele lagen bestaan en eventueel verhoornen (zie huid), ofwel uit één laag bestaan en zacht zijn zoals bijvoorbeeld in veel delen van de dunne darm. Van het epitheelweefsel zijn de meeste klieren afgeleid, die bijvoorbeeld kunnen dienen voor het vethouden van de huid, het vochtig houden van luchtwegen en darm of ook voor zeer speciale doeleinden (bijvoorbeeld de klieren van het geslachtsapparaat).

Bind- en steunweefsel
De groep van de bind- en steunweefsels omvat zeer uiteenlopende structuren, zoals het weke, losse bindweefsel van huid en slijmvliezen, vulweefsel, vezelrijk bindweefsel, hard bindweefsel dat pezen en banden vormt, het bindweefsel dat steun geeft aan organen, verder vetweefsel, kraakbeen, beenderen en dergelijke

Spierweefsel
Het spierweefsel omvat drie soorten cellen. De zogenaamde dwarsgestreepte musculatuur is in hoge mate onderworpen aan onze wil. De hartmusculatuur bestaat uit cellen die karakteristiek zijn voor dat orgaan (zie hart). De gladde musculatuur, die grotendeels onafhankelijk van onze wil functioneert, verzorgt de bloedvaten, ingewanden en andere organen. Alle spieren hebben het vermogen om onder invloed van een prikkel korter en dikker te worden (zie spieren).
Zenuwweefsel
Het zenuwweefsel (zie zenuwstelsel) is het sterkst gespecialiseerd; daaruit kan verklaard worden dat de zenuwcellen hun vermogen tot deling al tijdens de eerste levensjaren verliezen (geen regeneratie).

Als bijzondere vormen van cellen kunnen bloedcellen en kiemcellen genoemd worden.
Iedere celsoort kan door inwerking van buiten, bijvoorbeeld door chemische stoffen (vergiften), door gebrek aan zuurstof of voedingsstoffen alsook door pathogene kiemen (zie bacteriën, virussen) beschadigd of vernietigd worden. Daarin bestaat het wezen van een ziekte. Bij de genezing worden beschadigde of vernietigde cellen door gelijksoortige cellen of bindweefselcellen vervangen (bijvoorbeeld het genezen van wonden, botbreuken). Zie ook mannelijke geslachtsorganen,vrouwelijke geslachtsorganen.

Bespaar flink op je zorgverzekering

Miljoenen Nederlanders betalen elk jaar teveel voor hun zorgverzekering. Vergelijk hieronder eenvoudig alle zorgverzekeringen en zie direct hoeveel u kunt besparen.

- advertorial -
Relevante artikelen
8 reacties
  1. Uit hoeveel moleculen bestaat een gemiddelde mensen cel ongeveer ?

    1. Eén mensencel bestaat uit 46 chromosomen, oftewel 46 DNA-moleculen.

    2. 40000000000000,
      Volgens Prof. Pierre Capelle in zijn boek “Het emotionele DNA”

  2. Ja ik studeer celtherapie om te weten hoe verschillende soorten kankers kunnen ontstaan en ben van oordeel dat ik het allemaal kan vinden bij de stofwissling ( het metabolism )

  3. Ik ben een werkstuk aan het schrijven over het menselijk lichaam, en ik vroeg me af: hoeveel processen zijn er zo gemiddeld eigenlijk aan de gang in een gemiddelde lichaamscel? Om even een beeld te krijgen van hoeveel processen er tegelijk bezig zijn in een menselijk lichaam terwijl je zeg maar gewoon een filmpje zit te kijken :-).

    1. 50.000 tot 100.000 per cel en in sommige cellen zelfs meer

      1. 50 tot 100.000 per seconde

  4. P.S. en uit hoeveel cellen bestaat het menselijk lichaam eigenlijk, daar vind ik ook niet echt een eenduidig antwoord op.
    Bij voorbaat dank!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

MEDISCH VOORBEHOUD

De informatie op Menselijk Lichaam is géén medisch advies. Neem bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op met een arts, specialist of apotheker.

Meer informatie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Met het laatste nieuws en gezonde tips