Prikkel en pijn

Pijn is een belangrijk deel van ons levensbelangrijke waarschuwingssysteem. Pijn kan variëren van dof tot stekend, van licht tot nauwelijks te verdragen. Wanneer men zich op de een of andere manier verwondt, wordt de acute pijnsensatie door sensibele zenuwen aan het ruggenmerg (medulla spinalis) en aan de hersenen (cerebrum) doorgegeven. De eerste prikkelgeleider (neuron) van de pijnbaan leidt het signaal via zeer snelle zenuwvezels verder naar de achterhoorn van het ruggenmerg.

Het gaat hier om zenuwvezels van type A. Hier neemt een ander neuron het signaal over, om het naar de andere kant van het ruggenmerg te brengen, vanwaar het bij de thalamus in de tussenhersenen aankomt. Pijnen, die dof zijn en langer aanhouden, volgen een langere weg via mergloze zenuwvezels van het type C. Ze worden geleid via een ketting van neuronen die met elkaar verbonden zijn, die eerst van het ruggenmerg naar de hersenstam , dan naar de thalamus en tenslotte naar de grote hersenschors (cortex cerebri) voert.

Ook het vegetatieve zenuwstelsel kan pijnsignalen opnemen en naar de hersenen leiden. Aangezien in de binnenste organen, die door het vegetatieve systeem verzorgd worden, slechts weinig sensibele receptoren aanwezig zijn, is het moeilijk, de van daaruit komende, meestal doffe, pijnen precies te lokaliseren.

Prikkel en pijn

Prikkelgeleiding

Alleen wanneer een prikkel een bepaalde grens overschrijdt, wordt deze als pijn ervaren. Deze pijngrens, die zich onder bepaalde omstandigheden kan veranderen, berust op het “poort-principe”.

In het ruggenmerg wordt de pijn naar zogenoemde T-cellen geleid. Deze worden door de zenuwvezels van de geprikkelde plaats geactiveerd. In de geleiachtige substantie (substantia gelatinosa) van de achterhoorn in het ruggenmerg liggen andere cellen, die de T-cellen in hun prikkeloverdracht remmen. Deze worden enerzijds door de prikkels van grotere zenuwvezels geactiveerd, anderzijds echter ook door de kleinere en langzamere vezels van type C afgeremd. Wanneer er geen pijnsensatie is, dan worden de vezels die op aanraking reageren tegelijk met de cellen van de substantia gelatinosa geactiveerd. Dit remt de T-cellen: er volgt geen pijnsensatie.

Als er echter pijn optreedt, dan versterkt de activiteit van de C-vezels zich zo lang, tot de afremmende werking van de grote vezels tegenover de substantia gelatinosa overwonnen is. Daardoor komt de pijn via het ruggenmerg bij de hersenen terecht, die de pijn, na verwerking van de signalen, lokaliseren.

De gevoeligheid voor pijn verschilt sterk per lichaamsdeel. In het hoofd is de gevoeligheid het hoogst, in het gebied van de voeten het geringst. Verder is de pijngevoeligheid afhankelijk van leeftijd en constitutie. Vrouwen verdragen pijn die ze zien aankomen beter dan mannen. Mensen die zwaar lichamelijk werk doen of een goed getraind lichaam hebben, hebben vaak een hogere pijngrens dan mensen, die een kantoorbaan hebben.


Relevante artikelen

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

MEDISCH VOORBEHOUD

De informatie op Menselijk Lichaam is géén medisch advies. Neem bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op met een arts, specialist of apotheker.

Meer informatie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Met het laatste nieuws en gezonde tips