Voedingsleer

Voedsel opnemen behoort, met het ademen, tot de primaire verrichtingen van het organisme. Ons voedsel is samengesteld uit een groot aantal voedingsstoffen.

Men onderscheidt koolhydraten, vetten, eiwitten, mineralen (waaronder ook sporenelementen) en vitamines. Bovendien, en wel in de eerste plaats, heeft de mens water nodig. Een tekort aan vocht veroorzaakt spoediger een gevaar voor het bestaan van de mens dan een tekort aan andere voedingsstoffen of nutriënten.

De indeling in eiwitten, vetten, koolhydraten, mineralen en vitamines is betrekkelijk grof, daar ieder van deze groepen uit een aantal chemische verbindingen bestaat. Sommige daarvan zijn essentieel, dwz. ze kunnen door het organisme niet uit andere stoffen worden verkregen. Andere zijn te vervangen. Zo kunnen in de voeding koolhydraten grotendeels door vetten en eiwitten worden vervangen.

Eiwitten

Eiwitten zijn opgebouwd uit lange ketens aminozuren. Het menselijk organisme maakt gebruik van ongeveer 20 verschillende aminozuren om tot de opbouw van zijn eiwitten te komen. Omdat eiwitten een hoog moleculair gewicht bezitten (circa 50.000 tot 5.000.000) moeten zij wel zijn opgebouwd uit zeer lange ketens aminozuren. De meeste aminozuren kunnen door het organisme worden omgevormd tot andere aminozuren.

Een negental aminozuren kan evenwel niet door het lichaam worden gesynthetiseerd; deze worden de zogenaamde essentiële aminozuren genoemd. Het spreekt vanzelf dat deze aminozuren in de voeding aanwezig moeten zijn. Eiwitten die deze essentiële aminozuren bevatten, noemen we volwaardige eiwitten, in tegenstelling tot de zogenaamde onvolwaardige eiwitten, die niet alle essentiële aminozuren bezitten.

voedingsleer

Vetten

Ook de vetten zijn in een optimale voeding onmisbaar. Vetten leveren als brandstof per gram de grootste verbrandingswarmte. Behalve als brandstof hebben vetten nog enkele andere belangrijke functies. Veel organen liggen ingebed in een laag zogenaamd steunvet. Vetten zijn opgebouwd uit vetzuren en glycerol; beide organische verbindingen bestaan uit koolstof-, waterstof- en zuurstofatomen. De vetten worden afgebroken door vetsplitsende enzymen, de lipasen.

Men is tegenwoordig gewend grote betekenis te hechten aan de mate van verzadiging van de vetten. In principe onderscheiden we twee groepen, de zogenaamde verzadigde en onverzadigde vetten. De meeste van de verzadigde vetten zijn van dierlijke oorsprong, vele onverzadigde vetten zijn van plantaardige oorsprong. Men neemt aan dat verzadigde vetzuren een rol spelen bij het proces van slagaderverkalking.

Koolhydraten

De koolhydraten nemen in de voeding de belangrijkste plaats in als energiebron. In beperkte mate worden de koolhydraten tevens opgeslagen in lever en spieren, in de vorm van glycogeen.

Koolhydraten, de naam suggereert het reeds, zijn opgebouwd uit de elementen koolstof, waterstof en zuurstof. Enkelvoudige suikers zoals glucose of fructose bestaan uit 6 koolstofatomen, 12 waterstofatomen en 6 zuurstofatomen. De meeste koolhydraten zijn van plantaardige afkomst. De planten bezitten namelijk het vermogen uit koolzuur en water, met behulp van zonne-energie, koolhydraten te maken.

Vitamines en mineralen Vitamines zijn stoffen die in kleine hoeveelheden noodzakelijk zijn voor het goed functioneren van het organisme.

De scheiding tussen eiwitten en vitamines is niet absoluut. Enkele aminozuren kunnen bepaalde vitamines grotendeels vervangen, bijvoorbeeld tryptofaan het nicotinamide, terwijl men het essentiële vetzuur linolzuur ook als vitamine zou kunnen karakteriseren. Ook het onderscheid tussen vitamines en hormonen is betrekkelijk. Zo wordt vitamine D in ons lichaam omgezet in een product dat het beste als hormoon kan worden gekarakteriseerd.

Het lichaam bevat een groot aantal mineralen; sommige, zoals calcium, fosfaat, natrium, kalium en chloor, in vrij grote hoeveelheden. Talloze andere komen in minimale hoeveelheden voor en worden dan ook wel sporenelementen genoemd. Ze zijn allemaal echter onmisbaar.

Begrijpelijkerwijs is de behoefte aan eiwit en mineralen van het groeiende kind aanzienlijk hoger dan die van de volwassene. Daar er ook bij de volwassene regelmatig kleine verliezen aan mineralen optreden, dient ook de voeding van de volwassene – zij het in het algemeen in relatief kleine hoeveelheden — mineralen te bevatten.


Relevante artikelen

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

MEDISCH VOORBEHOUD

De informatie op Menselijk Lichaam is géén medisch advies. Neem bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op met een arts, specialist of apotheker.

Meer informatie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Met het laatste nieuws en gezonde tips