Recht op gezondheid

Als patiënt heeft u recht op gezondheid. Deze zijn voor een groot deel in een speciale wet vastgelegd, namelijk in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO). De WGBO is opgenomen in het Burgerlijk Wetboek en op 1 april 1995 in werking getreden.

Recht op informatie

Als u ziek bent, is er iets mis met ú. Logisch dat u er dan recht op heeft om te weten wat er precies aan de hand is, en wat een hulpverlener denkt eraan te gaan doen. De WGBO vertaalt dat in het ‘recht op informatie’.

Allereerst moet een hulpverlener u duidelijke informatie geven over uw ziekte of aandoening en wat de gevolgen daarvan kunnen zijn.
Ook moet hij u informeren als hij een bepaald onderzoek nodig vindt. Hij moet u vertellen wat hij met dat onderzoek denkt te bereiken, wat het onderzoek inhoudt, of het belastend voor u zal zijn en of er alternatieven zijn.
Verder moet u worden geïnformeerd over de behandeling die hij wil gaan uitvoeren. Wat houdt die behandeling in, wat zijn de risico’s (ook als u de behandeling niet wilt) en de vooruitzichten na de behandeling?
Tot slot behoort hij u te informeren over medicijnen die u krijgt voorgeschreven: hun werking, bijwerkingen en of ze in combinatie met andere geneesmiddelen mogen worden genomen.
Al die informatie is heel belangrijk, want anders kunt u geen weloverwogen beslissing over de behandeling nemen. U beslist immers. Vandaar ook dat u die informatie ontvangen moet hebben voordat u akkoord gaat met de behandeling, en ook zonder dat u er speciaal om heeft gevraagd.

Voor meer informatie over geneesmiddelen kunt u terecht bij uw apotheker of bij de Geneesmiddelen-Infolijn; deze is bereikbaar van 10.00-16.00 uur op nummer 0800-0998877.

Hoe de hulpverlener u inlicht, is niet in regels vastgelegd. Hij zal u de informatie meestal mondeling verstrekken, maar als u dat wilt, moet hij dat schriftelijk doen. U draagt uw steentje bij aan een goede communicatie door duidelijk te zijn in wat u wilt weten en wat u (nog) niet begrijpt.

Het is ook mogelijk dat u géén informatie wilt krijgen. Als u dat aangeeft, zal de hulpverlener dat moeten respecteren. Alleen als het voor uzelf of voor iemand anders zeer nadelig is (bijvoorbeeld in het geval van een erfelijke ziekte), zal hij u desondanks wél informeren.

Omgekeerd is het mogelijk dat de hulpverlener vreest dat bepaalde informatie voor u op een bepaald moment zeer schadelijk kan zijn. Bij wijze van hoge uitzondering mag hij dan tegenover u zijn mond houden, mits hij daarover eerst met een collega heeft overlegd (dit noemt men de ‘therapeutische exceptie’).

Tweede mening. U heeft van uw hulpverlener informatie gekregen over een behandeling. Maar dan nog kan het moeilijk zijn om te beslissen, bijvoorbeeld omdat u twijfelt of hij wel op het goede spoor zit, of omdat u erg tegen de behandeling opziet en hoopt dat er een alternatief is. In eerste instantie bespreekt u zoiets natuurlijk met de hulpverlener zelf, maar mocht u er samen niet uitkomen, dan kunt u om een tweede mening (‘second opinion’) vragen, de mening van een andere deskundige.

Voor een tweede mening heeft u formeel geen toestemming van uw hulpverlener nodig, maar om uw relatie met hem niet te verstoren, is het wel verstandig hem hierover in te lichten. En wie weet kan hij u ook zeggen bij wie u hiervoor het best kunt aankloppen. Zo niet, dan vraagt u dat aan uw huisarts, aan een patiëntenvereniging of aan uw ziektekostenverzekeraar.

Toestemmingsvereiste

Hierboven hebben we het al gezegd: u moet informatie hebben, anders kunt u niet beslissen of u aan een behandeling wilt meewerken of niet. U beslist of u wel of niet wordt behandeld, niet de hulpverlener. U beslist dus ook over het gebruik van een geneesmiddel. Het is veel beter de behandeling met een bepaald geneesmiddel te weigeren en dit aan de arts kenbaar te maken, dan het recept mee te nemen, het medicijn in de apotheek af te halen en het niet te gebruiken, en de arts in de waan te laten van het tegendeel. Als u een behandeling afwijst of voor een alternatief kiest, mag uw arts u niet aan uw lot overlaten.

Weigert u een behandeling of wilt u deze tussentijds stoppen, dan bent u natuurlijk zelf verantwoordelijk voor uw beslissing. Als een behandeling uit verschillende onderdelen bestaat, bijvoorbeeld eerst een onderzoek, dan een verdoving en een operatie, is uw toestemming voor ieder van deze trajecten nodig.

Recht op inzage

Uw hulpverlener is verplicht een dossier over u bij te houden met daarin alle gegevens over uw ziekte, de behandeling en de medicijnen. U heeft er recht op te weten wat in dat dossier staat, voor zover de gegevens op u betrekking hebben. Ook een verwijsbrief mag u inzien, of die nu in een gesloten envelop zit of niet. Persoonlijke werkaantekeningen van de hulpverleners en gegevens over anderen mag u niet lezen als daarmee hun persoonlijke levenssfeer wordt geschaad, ook al horen ze bij uw dossier. Omgekeerd mogen alleen uzelf en de hulpverleners die bij uw behandeling betrokken zijn uw dossier inzien. Anderen mogen dat alleen met uw uitdrukkelijke toestemming.

U mag het dossier niet mee naar huis nemen, want het is eigendom van de hulpverlener of van de instelling waarvoor hij werkt. Maar als u dat wilt, kunt u een kopie krijgen van (een deel van) uw dossier. Dit betekent ons inziens ook dat u het apotheekdossier met een overzicht van de door u gebruikte medicijnen kunt inzien en daar een kopie van kunt krijgen. De hulpverlener mag daarvoor wel een redelijke vergoeding vragen.

Stel dat u in uw dossier iets tegenkomt dat niet klopt, of waarmee u het niet eens bent. In zo’n geval kunt u uw hulpverlener vragen om dat te corrigeren. Als hij dat niet wil, moet hij daarvoor een goede reden opgeven.

Een medisch dossier moet minstens tien jaar worden bewaard; recepten in een apotheek zes jaar. Daarna mag het materiaal worden vernietigd, tenzij er gegevens in staan die langer bewaard moeten blijven. U kunt ook zelf om vernietiging vragen, ook voordat er tien jaar zijn verstreken. In principe zal een hulpverlener binnen drie maanden aan zo’n verzoek gehoor geven, behalve als dat voor iemand anders nadelig zou zijn. Als een hulpverlener uw dossier niet wil vernietigen, moet hij wel uitleggen waarom niet.

Recht op privacy

U heeft er recht op dat uw hulpverlener uw gegevens vertrouwelijk behandelt. Alles wat u met hem bespreekt behoort geheim te zijn. Alleen personen die bij uw behandeling zijn betrokken, mogen op de hoogte zijn.

U heeft ook recht op privacy als u behandeld wordt. Een behandeling moet zo worden uitgevoerd dat anderen dat niet kunnen zien. Ook een onderhoud met uw behandelend arts hoeft niet door iedereen afgeluisterd te worden. Als u daar prijs op stelt, kunt u vragen of u uw arts in een apart kamertje kunt spreken.

Uw recht op privacy wordt ook na uw overlijden beschermd; nabestaanden hebben niet automatisch recht op inzage in het dossier van een overleden familielid.

Als u zelf niet meer kunt beslissen…

U kunt er op een gegeven moment zo slecht aan toe zijn dat u niet meer zelf kunt beslissen, bijvoorbeeld door dementie, door een verstandelijke handicap of omdat u in coma ligt. De wet kent daarom een regeling voor vertegenwoordiging van zulke patiënten. De kantonrechter kan in zo’n situatie een curator of mentor benoemen die de belangen van de patiënt behartigt. U kunt ook zelf iemand als uw vertegenwoordiger aanwijzen en dat op schrift stellen. Staat er niets op schrift, dan moet de hulpverlener een partner, broer, zus, kind of ouder raadplegen.

Het is ook mogelijk dat u al eerder een wilsverklaring heeft opgesteld waarin u heeft aangegeven wat u in bepaalde omstandigheden wel of niet wilt laten gebeuren. Zo’n wilsverklaring kan een belangrijk hulpmiddel zijn voor iemand die voor u moet beslissen. Als u duidelijk heeft verklaard dat u een bepaalde behandeling niet wenst, moet die beslissing over het algemeen worden gerespecteerd.

Recht op vrije artsenkeuze

U mag zelf uw arts kiezen én u mag van arts veranderen. Uw recht op vrije keuze van hulpverlener vloeit voort uit het zelfbeschikkingsrecht en de contractvrijheid van de mens (u bent vrij om te kiezen met wie u een overeenkomst aangaat). In de praktijk blijkt het echter lang niet altijd makkelijk om dit recht te realiseren. Het recht op vrije keuze betekent namelijk niet dat de door u gekozen hulpverlener altijd de plicht heeft u als patiënt te accepteren. Daarom moet u de arts van uw keuze eerst vragen of hij u als patiënt accepteert. Een arts kan u als patiënt weigeren als u buiten zijn werkgebied woont (hij moet u bij een spoedgeval binnen 15 minuten kunnen bereiken), zodat het erop neerkomt dat uw vrije keuze beperkt is tot zijn waarneemgroep. Ook kan hij u weigeren als zijn praktijk vol is of als hij u in de laatste zes maanden nog hulp heeft verleend als waarnemer van uw arts. Dit laatste staat in de gedragsregels voor artsen en is bedoeld om de indruk te vermijden dat artsen patiënten van elkaar ‘aftroggelen’. Maar gaan beide artsen akkoord met de overstap, dan vervalt deze beperking.

Tegenover het recht van vrije artsenkeuze staat de plicht om de ‘oude’ hulpverlener te informeren dat u bij hem weggaat. Vergeet niet ook uw ziekenfonds of particuliere ziektekostenverzekeraar in te lichten over de wijziging van huisarts.

Uw plichten

U heeft natuurlijk niet alleen rechten, maar ook plichten. Zo moet u de hulpverlener duidelijk en volledig informeren, opdat hij een goede diagnose kan stellen en de juiste behandeling weet te kiezen. Dat geldt ook voor uw geneesmiddelengebruik. Onjuiste informatie, of het ontbreken van informatie kan uw arts op het verkeerde been zetten en bijvoorbeeld onnodig voorschrijven in de hand werken. Gebruikt u om bepaalde redenen een middel tegen hoge bloeddruk niet, of in een veel lagere dosering, dan kan bij de arts de indruk ontstaan dat het medicijn onvoldoende werkt. Dat kan leiden tot een mogelijk onnodig nieuw voorschrift. Verder is het ook de bedoeling dat u meewerkt aan de behandeling, en dat betekent dat u binnen redelijke grenzen de adviezen van uw arts moet opvolgen. Daartoe behoort ons inziens ook dat u eventueel voorgeschreven medicijnen op de juiste manier gebruikt. Stuit u daarbij op vragen, leg ze dan voor aan de voorschrijver en eventueel aan uw apotheker.


Relevante artikelen

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

MEDISCH VOORBEHOUD

De informatie op Menselijk Lichaam is géén medisch advies. Neem bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op met een arts, specialist of apotheker.

Meer informatie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Met het laatste nieuws en gezonde tips