In- en uitademing

Bij het begin van de ademhalingsbeweging vlak voor Het inademen, is de druk in de longen gelijk aan de atmosferische druk (760 mm kwikdruk). Dan trekken de tussenribspieren zich samen, bewegen de borstkas op- en buitenwaarts en tegelijkertijd trekt het middenrif zich samen en gaat naar beneden.

Dientengevolge wordt de omvang van de borstholte vergroot en de intrathoracale druk (druk in de borstholte) daalt met 2 tot 3 mm kwikdruk. In dit stadium is de atmosferische druk hoger dan de druk in de borstholte. Daar de gassen in de longen in verbinding staan met die erbuiten, stroom lucht binnen om het drukverschil op te heffen.

In- en uitademing

Aan het eind van elke inademing ontspannen het middenrif en de tussenribspieren zich. Middenrif en borstwand nemen hun voorgaande positie weer in en dit afnemen van de borstomvang, samen met de veerkracht van de longen, stoot de gebruikte lucht terug in de atmosfeer.

Bij rustige ademhaling varieert de druk in de longen van -3 mm kwik (in verhouding tot de atmosferische druk) bij inademing tot +3 mm Kwik bij uitademing. Lucht die circa 20 procent zuurstof en 79 procent stikstof bevat, wordt ingeademd door mond en neus, passeert het strottenhoofd dat beschermd wordt door het strotklepje en komt in de voornaamste luchtweg, de luchtpijp.

Relevante artikelen

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

MEDISCH VOORBEHOUD

De informatie op Menselijk Lichaam is géén medisch advies. Neem bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op met een arts, specialist of apotheker.

Meer informatie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Met het laatste nieuws en gezonde tips