Eerste hulp - EHBO

Reanimatie

Van https://www.menselijklichaam.nl/eerste-hulp-ehbo/reanimatie/

Door Redactie Menselijk Lichaam Laatst bijgewerkt · Leestijd 12 min
Op deze pagina

Direct hulp nodig? Bel 112 als iemand niet meer reageert of moeite heeft met ademen.

  • Zeg dat je een ambulance nodig hebt en dat de persoon bewusteloos is.
  • Zet je telefoon op de luidspreker en leg hem naast je neer. De centralist praat je door de reanimatie heen.
  • Laat iemand anders een AED halen.

Reageert iemand niet meer als je aan zijn schouders schudt en zijn naam roept? Bel dan eerst 112 en begin daarna pas met reanimeren. Je hoeft geen hartslag te zoeken en je hoeft niet zeker te weten wat er aan de hand is. Bij een volwassene wissel je 30 keer drukken op de borstkas af met 2 beademingen. Bij een kind of baby begin je met 5 beademingen en wissel je daarna 15 keer drukken af met 2 beademingen.

In het kort

  • Bel altijd eerst 112 bij iemand die niet reageert, en laat een AED halen.
  • Voel geen hartslag en zoek geen polsslag. Kijk alleen of iemand normaal ademt.
  • Volwassene: 30 borstcompressies afwisselen met 2 beademingen, 5 tot 6 centimeter diep, 100 tot 120 keer per minuut.
  • Kind of baby: eerst 5 beademingen, daarna 15 borstcompressies afwisselen met 2 beademingen.
  • Ga door tot de ambulancezorgverleners zeggen dat je mag stoppen.

Wat is reanimatie?

Bij reanimatie pomp je op een kunstmatige manier zuurstofrijk bloed rond door het lichaam. Je doet dat door 30 borstcompressies te geven en die af te wisselen met 2 beademingen. Zo beperk je de schade aan organen die zonder zuurstof snel kapotgaan, zoals de hersenen en het hart. Het gebruik van een AED hoort bij de reanimatie.

De afkorting AED staat voor automatische externe defibrillator. Het apparaat analyseert het hartritme en geeft indien nodig een elektrische schok. In Nederland mag iedereen een AED gebruiken, ook als je geen EHBO- of reanimatiecursus hebt gedaan. Het apparaat vertelt wat je moet doen.

Goed uitgevoerde reanimatie, en dan vooral de borstcompressies, verdubbelt de kans op overleven. Het zorgt er ook voor dat een stroomstoot uit de AED meer kans van slagen heeft.

Goed om te weten: je mag niet stoppen om te kijken of het werkt, en je zoekt tussendoor geen hartslag. Je stopt pas als de ambulancezorgverleners dat zeggen, als de persoon weer spontaan beweegt, de ogen opent en normaal gaat ademen, als je zelf uitgeput bent, of als je een niet-reanimerenverklaring vindt die bij deze persoon hoort.

Hoe reanimeer je een volwassene?

Bel of laat 112 bellen zodra iemand niet reageert, en begin daarna pas met de controle van de ademhaling. Ademt de persoon niet of niet normaal, dan begin je meteen met 30 borstcompressies en 2 beademingen, en die verhouding houd je vast.

  1. Zorg voor een veilige omgeving en controleer het bewustzijn. Schud aan de schouders en vraag: gaat het? Geen reactie? Dan is de persoon bewusteloos.
  2. Bel of laat 112 bellen. Vraag om een ambulance en vertel dat de persoon bewusteloos is. Zet je telefoon op de luidspreker en leg hem bij je in de buurt. Laat een omstander een AED halen. Ben je alleen, pak dan alleen een AED die binnen je bereik ligt.
  3. Controleer de ademhaling. Til de kin op met twee vingers onder de kin en kantel het hoofd naar achteren. Kijk naar de borstkas, luister bij de mond en voel maximaal 10 seconden of er lucht langs je wang gaat. Ademt hij niet of niet normaal, of twijfel je erover? Start dan met reanimeren.
  4. Geef 30 borstcompressies. Haak je handen in elkaar en zet ze midden op de borstkas. Strek je ellebogen en breng je schouders recht boven je handen. Druk het borstbeen loodrecht 5 tot 6 centimeter in, in een tempo van 100 tot 120 keer per minuut. Hardop tellen helpt.
  5. Geef 2 beademingen. Kantel het hoofd, til de kin op en knijp de neus dicht. Adem normaal in, sluit je lippen om de mond en adem in 1 seconde gelijkmatig uit. Kijk of de borstkas omhoogkomt. Geef 2 beademingen binnen 10 seconden.
  6. Ga door tot de hulp er is. Blijf 30 borstcompressies en 2 beademingen afwisselen. Ga door tot de AED er is. Stop niet als de ambulance arriveert, maar ga door tot de ambulancezorgverleners zeggen dat je mag stoppen. Zijn jullie met zijn tweeën, wissel dan elke 2 minuten van hulpverlener.

Let op! In de eerste minuten na een hartstilstand kan iemand af en toe een trage, happende adembeweging maken, of onregelmatig en luidruchtig naar lucht happen of snurken. Dat heet agonale ademhaling en het is geen normale ademhaling. Twijfel je of de ademhaling normaal is, ga dan reanimeren.

Hoe gebruik je een AED?

Zet de AED aan zodra hij er is en doe precies wat hij zegt. Onderbreek de borstcompressies daarvoor zo kort mogelijk. Je gebruikt een AED bij iemand die bewusteloos is en geen normale ademhaling meer heeft. Ook bij twijfel mag je het apparaat aansluiten, want de AED analyseert altijd eerst zelf het hartritme.

  1. Ontbloot de borstkas en zet de AED aan. Is er een tweede hulpverlener, laat die dan de AED aanzetten en aansluiten, zodat jij kunt doorgaan met drukken en beademen.
  2. Bevestig de elektroden op de ontblote borstkas. Volg de afbeeldingen op de elektroden zelf.
  3. Laat niemand de persoon aanraken tijdens de analyse. De AED meet dan het hartritme.
  4. Geeft de AED een schokopdracht? Zorg dat iedereen afstand houdt. Start direct na de schok weer met 30 borstcompressies.
  5. Geeft de AED geen schokopdracht? Ga dan direct door met 30 borstcompressies.

Gaat de persoon weer spontaan bewegen, de ogen openen en normaal ademen, controleer dan de ademhaling. Is die volledig normaal, laat de persoon dan op de rug liggen en houd de luchtweg vrij: kantel het hoofd licht achterover en til de kin op. Op de zij leg je iemand alleen als je weg moet, bij braken of bloed in de mond, bij een giftige stof, of bij een duidelijk zwangere. Laat de elektroden zitten en laat de AED aan staan.

Hoe reanimeer je een kind vanaf 1 jaar?

Bij een kind begin je met 5 beademingen voordat je gaat drukken, en daarna wissel je 15 borstcompressies af met 2 beademingen. Dat is het verschil met een volwassene, want daar begin je met drukken en is de verhouding 30 op 2. De diepte verschilt ook: bij een kind is dat 4 tot 5 centimeter.

  1. Zorg voor veiligheid en controleer het bewustzijn. Draai het kind zo nodig voorzichtig op de rug op de grond. Schud voorzichtig aan de schouders en spreek het kind luid aan.
  2. Reageert het kind niet? Bel 112. Of laat een omstander 112 bellen en een AED brengen. Zet je telefoon op de luidspreker en leg hem op de grond, zodat je handen vrij zijn.
  3. Ben je alleen? Controleer dan eerst de ademhaling. Is er geen ademhaling, geef dan 5 beademingen en bel daarna zelf 112. Is er helemaal geen telefoon binnen handbereik, geef dan 5 beademingen, reanimeer 1 minuut, en pak daarna pas een telefoon.
  4. Controleer de ademhaling. Leg 1 hand op het voorhoofd en houd het hoofd zo stil mogelijk, iets naar achteren gekanteld. Til met 2 vingers de punt van de kin op. Kijk, luister en voel maximaal 10 seconden.
  5. Geef 5 beademingen. Houd de luchtweg open en knijp het zachte deel van de neus dicht. Adem in 1 seconde gelijkmatig uit in de mond van het kind en kijk of de borstkas omhoogkomt. Haal je mond weg en laat de borstkas zakken.
  6. Geef 15 borstcompressies. Zet de onderkant van 1 hand op de onderste helft van de borstkas, met een gestrekte arm loodrecht erboven. Bij een groter kind mag dat met 2 armen, zoals bij een volwassene. Druk de borstkas 4 tot 5 centimeter in, 100 tot 120 keer per minuut.
  7. Ga door in 15 op 2. Geef na 15 borstcompressies weer 2 beademingen, tot de AED of de hulpdiensten er zijn.

Reageert het kind tussendoor? Wordt het wakker, beweegt het, gaan de ogen open of begint het te huilen of normaal te ademen? Ga dan zo nodig door met beademen tot het kind zelf normaal ademt. Ademt het weer maar blijft het bewusteloos, laat het dan op de rug liggen en houd de luchtweg vrij. Draai het kind op de zij als het gaat braken of als je weg moet.

Gebruik bij een kind jonger dan 8 jaar het liefst een AED die voor kinderen is aangepast. Is die er niet, gebruik dan gewoon een standaard-AED. Passen de elektroden niet op de borstkas, plak er dan 1 midden op de voorkant van de borstkas en de andere op de rug tussen de schouderbladen.

Hoe reanimeer je een baby tot 1 jaar?

Bij een baby tot 1 jaar houd je het hoofdje recht en kantel je het níet naar achteren. Je beademt over de mond én de neus tegelijk, en je drukt met twee duimen. De volgorde is verder dezelfde als bij een groter kind: eerst 5 beademingen, daarna 15 borstcompressies afgewisseld met 2 beademingen.

  1. Leg de baby veilig neer. Leg hem als het kan op een tafel, zo dat je er goed naast kunt staan en de baby niet kan vallen. Schud voorzichtig aan de schouders en spreek de baby luid aan.
  2. Reageert de baby niet? Bel 112. Of laat een omstander 112 bellen en een AED brengen. Ben je alleen, controleer dan eerst de ademhaling, geef 5 beademingen en bel daarna zelf 112.
  3. Controleer de ademhaling. Leg 1 hand op het voorhoofdje en houd het gezicht recht naar boven. Kantel het hoofd niet. Til met één vinger de punt van de kin een beetje op. Kijk, luister en voel maximaal 10 seconden.
  4. Geef 5 beademingen. Plaats je mond over de mond én de neus van de baby. Blaas in 1 seconde een beetje lucht in, tot de borstkas omhoogkomt zoals bij een normale ademhaling. Haal je mond weg en laat de borstkas zakken.
  5. Lukt het beademen niet? Controleer of het gezicht recht naar boven ligt. Kijk zo nodig in de mond en haal er zichtbare voorwerpen uit. Lukt het de tweede keer ook niet, geef dan 15 borstcompressies en beadem opnieuw.
  6. Geef 15 borstcompressies. Zet je beide duimen op elkaar op de onderste helft van de borstkas en houd je handen en vingers tegen de zijkanten van de borst. Druk met je duimen een derde van de borstkas in, 100 tot 120 keer per minuut.
  7. Ga door in 15 op 2. Geef na 15 borstcompressies weer 2 beademingen, tot de AED of de hulpdiensten er zijn.

Gebruik bij een baby het liefst een AED die voor kinderen is aangepast, en anders een standaard-AED. Plak één elektrode midden op de borstkas en de andere op de rug tussen de schouderbladen.

Wat doe je als iemand bewusteloos is maar wel ademt?

Bel ook dan altijd 112, en laat een AED halen. Ligt de persoon op de rug, houd dan de luchtweg vrij door het hoofd licht achterover te kantelen en de kin op te tillen. Controleer daarna doorlopend het bewustzijn en de ademhaling, want een normale ademhaling kan alsnog stoppen. Twijfel je over de ademhaling, ga dan reanimeren.

Draai iemand die op de rug ligt zo snel mogelijk op de zij bij braken of bloed in de mond. Leg de persoon daarna weer op de rug en houd de luchtweg vrij.

Je legt iemand op de zij als je weg moet, bijvoorbeeld omdat je meer mensen moet helpen. Dat doe je ook bij iemand die veel moet braken door drugs of alcohol, en bij iemand die slijm of bloed kan inslikken. Datzelfde geldt voor een duidelijk zwangere die bewusteloos is met een normale ademhaling. Voorkom dat de persoon afkoelt: leg bij kou een deken, jas of sjaal over de persoon heen en het liefst ook eronder.

Wanneer mag je stoppen met reanimeren?

Je gaat door tot de ambulancezorgverleners zeggen dat je mag stoppen. Stop dus niet op het moment dat de ambulance aankomt: de ambulancezorgverleners nemen de reanimatie van omstanders over, en tot dat moment ga jij door. Ga ook door als de AED geen schokopdracht geeft.

Je stopt ook als de persoon weer spontaan beweegt, de ogen opent en normaal gaat ademen, als je zelf uitgeput bent, of als je een niet-reanimerenverklaring vindt die bij deze persoon hoort. Controleer dan de ademhaling. Is die volledig normaal, laat de persoon dan op de rug liggen en houd de luchtweg vrij met de hoofdkantel-kinliftmethode.

Bij een hartstilstand telt elke seconde. Zo’n stilstand kan veroorzaakt worden door een hartaanval, maar het is niet hetzelfde. De hersenen lopen al na 4 tot 6 minuten zonder zuurstof onherstelbare schade op, en daarna raken ook andere organen beschadigd. Dat is de reden dat je begint zonder zeker te weten wat er aan de hand is.

Hoe leer je reanimeren?

Reanimeren leer je het beste in de praktijk, onder begeleiding van een instructeur. Het Rode Kruis geeft een cursus Reanimatie en AED van vier uur. Daarin oefen je met borstcompressies, ga je aan de slag met beademen en leer je hoe je een AED gebruikt en aansluit. Heb je een aanvullende zorgverzekering, dan is de kans groot dat je de cursus vergoed krijgt.

Weet je het niet meer op het moment zelf? Dat hoeft niet erg te zijn. De centralist van 112 praat je door de reanimatie heen, stap voor stap, zolang je telefoon op de luidspreker staat.

Veelgestelde vragen

Moet ik eerst de hartslag voelen voordat ik ga reanimeren?

Nee. Je controleert alleen of iemand reageert en daarna of hij normaal ademt. De reanimatie-instructie van het Rode Kruis kent geen hartslagcontrole: bij een volwassene stel je vóór het bellen alleen vast dat iemand niet reageert op aanspreken en schudden. Reageert iemand niet en ademt hij niet normaal, dan bel je 112 en begin je.

Hoeveel keer per minuut moet ik drukken?

Druk 100 tot 120 keer per minuut, en dat tempo geldt voor een volwassene, een kind en een baby. Hardop meetellen helpt om het vol te houden. De diepte en het aantal per serie verschillen wel: 30 keer bij een volwassene en 15 keer bij een kind of baby. Bij een kind of baby begin je bovendien met 5 beademingen.

Hoe diep moet ik de borstkas indrukken?

Bij een volwassene druk je het borstbeen loodrecht 5 tot 6 centimeter in. Bij een kind vanaf 1 jaar is dat 4 tot 5 centimeter, met de onderkant van één hand. Wees daarbij niet bang om druk uit te oefenen. Bij een baby druk je met twee duimen een derde van de borstkas in.

Mag ik reanimeren zonder te beademen?

Het Rode Kruis beschrijft borstcompressies en beademingen samen: 30 op 2 bij een volwassene en 15 op 2 bij een kind of baby. Kun of wil je niet beademen? Geef dan alleen ononderbroken borstcompressies, 100 tot 120 keer per minuut. De Nederlandse Reanimatie Raad schrijft dat dat nog altijd beter is dan niet reanimeren, ook bij een kind.

Kan ik iemand met een AED kwaad doen?

In principe kun je een AED niet foutief gebruiken. Het apparaat analyseert altijd zelf het hartritme, en als een schok niet nodig is of geen effect zal hebben, dient de AED die ook niet toe. Zorg alleen dat niemand de persoon aanraakt tijdens de analyse en tijdens de schok zelf.

Wat als ik iets fout doe?

Zet je telefoon op de luidspreker en volg de aanwijzingen van de centralist van 112. Die begeleidt je door de reanimatie heen, stap voor stap. Bij een hartstilstand is er acuut levensgevaar, dus wachten tot je zeker weet wat je doet kost tijd die er niet is.

Was dit artikel nuttig?

Artikel delen: Delen via WhatsApp

Lees ook