Alles over jouw lichaam

Categorie: Cel

Cellichaam

Het cellichaam bestaat uit een vloeibare, voor 60 % uit water bestaande substantie, het cytoplasma (cytoplasma). Het cytoplasma is door een dun vlies, het celmembraan (membrana cellularis), omgeven. Via het celmembraan kunnen stoffen uit de omgeving van de cel in de cel (cellula) komen respectievelijk uit de cel aan de omgeving afgegeven worden. In het cytoplasma bevinden zich behalve het grondplasma (hyaloplasma) ook verschillende microscopisch kleine organen, de zogenaamde celorganellen, die qua bouw en functie verschillen. De mitochondriën (mitochondrium) zijn de energieleveranciers van de cel en worden om die reden ook energiecentrales genoemd. Voedingsstoffen, die de cel binnenkomen, zoals suiker en vet, worden in de mitochondriën met behulp van zuurstof verbrand.

cellichaam

De daarbij vrijkomende energie wordt in de vorm van de substantie ATP (adenosinetrifosfaat) opgeslagen. Wanneer de cel die energie bij het uitvoeren van haar taken nodig heeft, zoals bij de stofwisseling of het bewegen van spieren, wordt die energie weer beschikbaar gesteld. Het endoplasmatisch reticulum (reticulum endoplasmaticum) bestaat uit een membraan, dat – bestaande uit kleine buisjes – door het cytoplasma loopt en op die manier ervoor dient om stoffen te transporteren. Op de buisjes bevinden zich vaak kleine korreltjes, de ribosomen (ribosoma), die zich echter ook los in het cytoplasma bevinden.

Met behulp van RNA (ribonucleïnezuur), dat in de ribosomen zit, worden er eiwitten gevormd. De eiwitten worden voor verder transport in kleine blaasjes (vesicula) ingepakt. Die blaasjes worden gemaakt uit het membraan van het endoplasmatisch reticulum. Een ander buisjessysteem is het Golgi-apparaat (complexus golgiensis). Het Golgi-apparaat dient voor opname en afgave van stoffen en wordt dan ook verdeeld in een opname-kant en een afgifte-kant. De in de ribosomen gevormde eiwitten komen via de opname-kant in het Golgi-apparaat, worden verder verwerkt en verlaten vervolgens de cel via de afgifte-kant van het Golgi-apparaat.

Verder zorgt het Golgi-apparaat ervoor, dat schadelijke stoffen, die eventueel een gevaar voor de cel kunnen vormen, een omhulsel krijgen. Een ander bestanddeel van het cytoplasma zijn de blaasvormige lysosomen (lysosomen), die in het endoplasmatisch reticulum en in het Golgi-apparaat gevormd worden. Zij hebben de taak om opgenomen vreemde lichamen of celeigen, niet meer functionerende organellen af te breken, met behulp van enzymen.

De centriolen (centriolum), die in de meeste gevallen in paren aanwezig zijn, spelen een belangrijke rol bij de celdeling (divisio cellularis). Afhankelijk van de soort cel kan het cytoplasma ook nog metaplasma en paraplasma bevatten. Het metaplasma bevat fibrillen. Er zijn drie soorten fibrillen, die zich afhankelijk van hun taak, in verschillende cellen bevinden. Dat zijn: de myofibrillen, die zich in de spiercellen bevinden, de neurofibrillen in de zenuwcellen en de tonofibrillen in het weefsel. Het paraplasma bevat stofwisselingsproducten als vetten, koolhydraten en secreten, die hetzij reservestoffen hetzij afvalproducten zijn. Voor de levende actieve cel wordt het begrip ”protoplasma“ gebruikt.

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Plaats een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*