Uithoudingsvermogen en energie

Als we het hebben over het uithoudingsvermogen, worden daarbij dikwijls termen gehanteerd als vernogen en energie. Het wordt tijd dat we iets nauwkeuriger naar de definities van beide grootheden kijken, omdat we anders bij de interpretatie van resultaten in de problemen kunnen komen. Wie met zijn auto benzine tankt, verschaft daarmee de motor een hoeveelheid brandstof. Die hoeveelheid brandstof komt dan overeen met een hoeveelheid energie. We kunnen bijvoorbeeld met die hoeveelheid energie van Amsterdam naar Parijs rijden.

Wie voor een zaklantaarn batterijen koopt, koopt daarmee een hoeveelheid energie. We kunnen bijvoorbeeld de zaklantaarn 3 uur continu laten branden.We kunnen bij de auto en de zaklantaarn ook kijken hoeveel energie er per tijdseenheid wordt verbruikt, bijvoorbeeld hoeveel brandstof de auto maximaal per minuut kan verbruiken- Of, denkend aan de zaklantaarn, hoeveel energie er per seconde wegvloeit. Denken we aan energie per tijdseenheid dan hebben we het over vermogen.

Een meting die te maken heeft met de manier waarop energie wordt geleverd. De meting om het uithoudingsvermogen in een getal uit te drukken heeft te maken met de hoeveelheid zuurstof die we maximaal kunnen opnemen. Wat is hiervan de achtergrond? Welnu, we moeten bedenken dat het kunnen volhouden van een bepaalde prestatie, direct samenhangt met een voortdurende levering van energie aan de spieren. Als de benodigde hoeveelheid energie niet meer geleverd wordt hapert de motor… Als we nagaan hoe onze spieren de energie toegeleverd krijgen, zien we dat er tenminste een viertal processen te onderscheiden zijn;

a vanuit de directe energie-opslag in de spieren: energie is daar opgeslagen in de “brandstof” ATP. De stof ATP (voluit adenosinetrifosfaat) is een zeer energierijke fosfaat-verbinding.
b het direct omzetten van de stof ADP (adenosinedifosfaat) mel behulp van de stof creatinefosfaat in de brandstof ATP
c het omzetten van suikers in de brandstof ATP
d de omzetting van vetten o.a. met zuurstof in de brandstof ATP

Onderzoek leert dat, als we ons maximaal inspannen, het eerste proces hoogstens gedurende een aantal seconden (1 -2 seconden) energie levert. Het tweede proces is uitgeblust na 6 tot 8 seconden. Indien men dus een sprint over 6o meter uitvoert, zullen in ieder geval de eerste twee processen bepalend zijn voor de eindtijd.

Voor het uithoudingsvermogen dat bij duursport telt, zijn de twee laatste processen van belang. Daarbij is het belangrijk te weten dat bij de omzetting van suikers in de brandstof ATP twee chemische reacties kunnen plaatsvinden: met en zonder zuurstof. Bij de reactie waarbij geen zuurstof wordt gebruikt komt melkzuur (= lactaat) vrij: de spier “verzuurd” hetgeen een snelle vermoeidheid tot gevolg heeft! De omzetting van suikers en vetten met behulp van de zuurstof die wij via de longen uit de lucht opnemen, bepaalt in feite ons uithoudingsvermogen. Wie in staat is voortdurend veel zuurstof op te nemen, is in staat langdurig een “forse” prestatie te leveren.


Relevante artikelen

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

MEDISCH VOORBEHOUD

De informatie op Menselijk Lichaam is géén medisch advies. Neem bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op met een arts, specialist of apotheker.

Meer informatie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Met het laatste nieuws en gezonde tips