Eerste hulp - EHBO

Wat doe je bij verstikking?

Van https://www.menselijklichaam.nl/eerste-hulp-ehbo/verstikking/

Door Redactie Menselijk Lichaam Laatst bijgewerkt · Leestijd 14 min
Op deze pagina

Iemand die stikt kan niet meer praten of ademen, hoest hooguit zacht of stil, en grijpt vaak naar de keel. Laat dan een omstander 112 bellen en geef zelf eerst vijf slagen tussen de schouderbladen en daarna vijf buikstoten. Ben je alleen, geef die dan eerst en bel daarna zelf 112. Een baby jonger dan 1 jaar krijgt borststoten in plaats van buikstoten.

Direct hulp nodig?

  • Bel 112 als iemand niet meer reageert of moeite heeft met ademen. Bij de minste twijfel over de ernst bel je wél 112, of het nu om een kind gaat of om een volwassene.
  • Laat een omstander 112 bellen zodra hoesten geen effect heeft. Zet de telefoon op de luidspreker, zodat je de aanwijzingen van de 112-centralist kunt horen terwijl je de handen vrij hebt.
  • Ben je alleen? Geef dan eerst vijf rugslagen tussen de schouderbladen en vijf buikstoten, en bel daarna zelf 112. Een baby jonger dan 1 jaar krijgt borststoten in plaats van buikstoten.
  • Bel bij een kind uiterlijk 112 als het kind het bewustzijn verliest.
  • Raakt iemand bewusteloos? Leg de persoon voorzichtig in rugligging op de grond, laat alsnog 112 bellen en start met reanimatie.

In het kort

  • Ademt iemand nog én hoest hij effectief? Moedig dan aan om door te hoesten en doe verder niets. Is het hoesten zacht of stil, of is de ademhaling piepend, dan is het juist ernstig. Blijf wel kijken: gaat de verslikking over, en wordt de luchtwegbelemmering niet ernstig?
  • Lukt spreken of ademen niet meer, grijpt iemand naar de keel of verkleurt de huid blauw? Dan is het ernstig en moet je ingrijpen.
  • Geef eerst vijf slagen tussen de schouderbladen en daarna vijf buikstoten, en blijf die afwisselen tot de verslikking is opgeheven.
  • Laat een omstander 112 bellen zodra hoesten geen effect heeft. Ben je alleen, geef dan eerst vijf rugslagen en vijf buikstoten en bel daarna zelf.
  • Een baby jonger dan 1 jaar krijgt geen buikstoten maar borststoten.

Hoe zie je het verschil tussen verslikken en stikken?

Bij een lichte verslikking is iemand bij bewustzijn en lukt luid hoesten, huilen, kokhalzen, spreken of hoorbaar ademen nog. Soms verandert de stem. Bij een ernstige verslikking lukt spreken of ademen niet meer en is het hoesten zacht of stil. Iemand grijpt in paniek naar de keel, en de huid en de lippen verkleuren vaak blauw. Ook kan iemand het bewustzijn verliezen.

Dat onderscheid bepaalt wat je doet. Zolang iemand nog goed hoest, is dat de beste hulp die er is: een spontane hoest is effectiever en veiliger dan welke handeling van een helper ook. Zodra hoesten geen effect meer heeft, verandert de situatie en moet er iemand 112 bellen.

Een verslikking is waarschijnlijk als iemand kort daarvoor aan het eten was of met kleine voorwerpen zat te spelen. Verslikken kan leiden tot verstikking als het eten in de luchtpijp vast blijft zitten. Hoest een kind niet of niet goed en blokkeert het voorwerp de luchtweg helemaal? Dan stikt het kind zeer snel, tenzij je snel en effectief ingrijpt. Laat dan meteen een omstander 112 bellen. Meer over de luchtpijp en over het strotklepje dat je luchtpijp afsluit als je slikt lees je in de artikelen over de ademhaling.

Buikstoten: de beweging die veel mensen kennen als de heimlichgreep. Bij een volwassene maak je een vuist, plaats je die op het bovenste deel van de buik, pak je de vuist met je andere hand en trek je met een snelle beweging naar je toe en naar boven. Bij een kind is de plek anders en een baby jonger dan 1 jaar krijgt geen buikstoten maar borststoten; die stappenplannen staan verderop.

Wat doe je als een volwassene stikt?

Moedig iemand die nog luid kan hoesten aan om door te hoesten, en doe verder niets. Blijf wel kijken of het overgaat en niet erger wordt. Lukt hoesten niet meer, of is het hoesten zacht of stil, kijk dan in de mond en haal eruit wat je ziet zitten. Veeg niet blind met je vinger in de mond. Laat daarna een omstander 112 bellen en geef afwisselend vijf slagen tussen de schouderbladen en vijf buikstoten, tot de luchtweg weer vrij is.

  1. Moedig aan om door te hoesten. Ademt de persoon nog én hoest hij effectief, doe dan verder niets. Is het hoesten zacht of stil, of is de ademhaling piepend, ga dan door naar stap 2. Controleer of de ademhaling weer normaal wordt, en blijf kijken of de luchtwegbelemmering niet ernstig wordt.
  2. Kijk in de mond. Verwijder een voorwerp dat je ziet zitten. Veeg niet blind met je vinger in de mond.
  3. Laat een omstander 112 bellen zodra hoesten geen effect heeft. Zet de telefoon op de luidspreker, zodat je de aanwijzingen van de 112-centralist kunt horen terwijl je de handen vrij hebt. Ben je alleen, geef dan eerst vijf rugslagen en vijf buikstoten voordat je zelf belt.
  4. Geef vijf slagen tussen de schouderbladen. Ga aan de zijkant iets achter de persoon staan, ondersteun de borstkas met één hand en laat de persoon vooroverbuigen. Sla met de hiel van je andere hand, en geef elke slag met de bedoeling het voorwerp los te krijgen in plaats van vijf slagen achter elkaar te geven. Controleer daarna of de luchtweg weer vrij is.
  5. Geef vijf buikstoten als de slagen niet hielpen. Ga achter de persoon staan, sla je armen om het bovenste deel van de buik en laat de persoon voorover leunen. Maak een vuist en plaats die op het bovenste deel van de buik. Pak de vuist met je andere hand en trek met een snelle beweging naar je toe en naar boven. Kijk tussen elke stoot of de persoon weer normaal gaat ademen.
  6. Blijf afwisselen. Ga door met steeds vijf rugslagen en vijf buikstoten tot de verslikking is opgeheven, en volg verder de aanwijzingen van de 112-centralist.

Ben je kleiner dan degene die stikt, laat die persoon dan zitten. Lukken buikstoten niet door de omvang van iemand, geef dan borststoten. Dat is bijvoorbeeld zo bij een zwangerschap vanaf 20 weken of bij obesitas. Laat de persoon zitten of met de rug tegen een muur of deur steunen, en duw met beide handen op het borstbeen.

Wat doe je als een kind stikt?

Hoest je kind nog goed, moedig dat hoesten dan aan en blijf goed kijken. Grijp pas in als je kind niet of niet goed meer hoest en nog wel bij bewustzijn is. Doe dat dan zo: bij een kind ouder dan 1 jaar geef je eerst vijf slagen tussen de schouderbladen en daarna vijf buikstoten. Roep direct om hulp en vraag een omstander een ambulance te bellen via 112. Een spontane hoest is namelijk effectiever en veiliger dan welke handeli een spontane hoest is effectiever en veiliger dan welke handeling van een helper ook.

  1. Roep om hulp en laat 112 bellen. Vraag een omstander een ambulance te bellen via 112. Ben je alleen, doe dan eerst een poging met vijf rugslagen en vijf buikstoten voordat je zelf belt. Bel uiterlijk 112 als je kind het bewustzijn verliest.
  2. Kijk kort in de mond. Zie je een voorwerp en kun je er makkelijk bij met je vingers, haal het er dan voorzichtig uit. Zie je niets, of kun je er niet makkelijk bij? Probeer het dan niet, want het voorwerp kan dieper in de keelholte raken en de belemmering erger maken.
  3. Geef vijf slagen tussen de schouderbladen. De slagen werken beter als het hoofd naar beneden is gericht. Een klein kind kun je over je been leggen; lukt dat niet, ondersteun je kind dan en laat het voorover leunen. Sla met de hiel van je hand, en geef elke slag met de bedoeling het voorwerp los te krijgen.
  4. Geef vijf buikstoten als de slagen niet hielpen. Sta of kniel achter je kind en sla je armen onder de armen van je kind door om het lichaam heen. Laat je kind een beetje naar voren leunen. Maak een vuist en plaats die tussen de borstkas en de navel. Pak de vuist met je andere hand en trek met een snelle beweging naar je toe en naar boven. Kijk tussen elke stoot of je kind weer normaal ademt of huilt.
  5. Blijf afwisselen en laat je kind niet alleen. Blijf rugslagen en buikstoten met elkaar afwisselen zolang de belemmering bestaat. Is 112 nog niet gebeld en ben je alleen, bel dan direct.
Zittende volwassene die een kind voorover over het bovenbeen legt en met de hiel van de hand tussen de schouderbladen slaat

Let op! Duw bij buikstoten niet op het borstbeen en niet op de onderste ribben. Daardoor kunnen inwendige organen beschadigd raken. Ook bij een goede uitvoering kunnen buikstoten of borststoten inwendig letsel geven, dus laat de persoon na het incident laagdrempelig door een arts onderzoeken.

Wat doe je als een baby stikt?

Hoest een baby nog luid of huilt hij, moedig dat dan aan en doe verder niets; blijf wel kijken. Hoest de baby niet of niet goed meer, dan grijp je in. Bij een baby jonger dan 1 jaar geef je dan vijf slagen tussen de schouderbladen en daarna vijf borststoten. Buikstoten krijgt een baby niet. Roep direct om hulp en vraag een omstander een ambulance te bellen via 112. Ben je alleen, doe dan eerst een poging met vijf rugslagen en vijf borststoten voordat je zelf belt.

  1. Leg je baby op de buik met het hoofd naar beneden. Ga zitten of kniel, dan kun je je baby veilig op je been leggen. Ondersteun het hoofd met een hand: plaats je duim op een hoek van de onderkaak en twee vingers op de andere hoek. Druk niet op het zachte deel onder de kaak, want dat kan de luchtwegbelemmering verergeren.
  2. Geef maximaal vijf slagen tussen de schouderbladen. Sla met de hiel van je andere hand. Geef elke slag met de bedoeling het voorwerp los te krijgen in plaats van vijf slagen achter elkaar te geven.
  3. Draai je baby op de rug als de slagen niet hielpen. Leg je baby op de rug met het hoofd naar beneden. Je kunt je baby daarvoor op je bovenbenen laten rusten.
  4. Geef vijf borststoten. Plaats de duimen van beide handen op elkaar op het midden van de borstkas, op de onderste helft van het borstbeen. Omvat daarna de borstkas met beide handen, zodat je duimen stabiel liggen. Geef vijf krachtige borststoten, één stoot per seconde, en kijk tussen elke stoot of je baby weer normaal ademt of huilt.
  5. Kijk tussendoor in de mond. Zie je het voorwerp en kun je er makkelijk bij, haal het er dan voorzichtig uit. Veeg nooit blind met je vinger in de mond: daarmee duw je het voorwerp dieper.
  6. Blijf afwisselen en laat je baby niet alleen. Blijf rugslagen en borststoten met elkaar afwisselen zolang de belemmering bestaat. Is 112 nog niet gebeld en ben je alleen, bel dan direct. Bel uiterlijk 112 als je baby het bewustzijn verliest.

Let op! Geef een baby jonger dan 1 jaar geen buikstoten. Het Rode Kruis geeft dan borststoten, met de duimen van beide handen op elkaar op de onderste helft van het borstbeen. Ook borststoten kunnen inwendig letsel geven, dus laat je baby na het incident laagdrempelig door een arts nakijken.

Wat doe je als iemand het bewustzijn verliest?

Verliest iemand het bewustzijn, leg die persoon dan voorzichtig in rugligging op de grond. Controleer of de ambulance onderweg is en laat alsnog 112 bellen als dat nog niet gebeurd is. Start daarna met reanimatie en volg de aanwijzingen van de 112-centralist. Bij een kind én bij een baby begin je de reanimatie met vijf beademingen.

Laat een kind of baby daarbij nooit alleen. Bij wat je doet bij een astma-aanval staat een ander spoedgeval waarin ademen het probleem is; het overzicht van alle eerste hulp-artikelen staat op de categoriepagina.

Wanneer naar de huisarts?

Laat direct 112 bellen als:

  • iemand niet meer kan spreken of ademen, of het hoesten geen effect heeft
  • iemand een knoopcelbatterij heeft ingeslikt, ook zonder klachten
  • de huid of de lippen blauw verkleuren
  • iemand suf wordt of het bewustzijn verliest

Neem contact op met de huisarts of de huisartsenpost als:

  • er buikstoten of borststoten zijn gegeven: laat dan nakijken of er geen inwendig letsel is
  • iemand na afloop blijft hoesten, moeite heeft met slikken of het gevoel houdt dat er iets in de keel zit
  • eten of een voorwerp in de keel van je kind blijft zitten en er niet uit komt

Bel je overdag op een werkdag, dan bel je je eigen huisarts. In de avond, de nacht, het weekend of op een feestdag neem je contact op met de huisartsenpost bij jou in de buurt. Je spreekt eerst de assistent van de huisarts. Die stelt vragen en bespreekt jouw situatie met de huisarts. Als het nodig is, belt de huisarts ook een ambulance voor je.

Buikstoten en borststoten kunnen inwendige organen beschadigen. Daarom moet iemand na het slikincident laagdrempelig onderzocht worden op mogelijk letsel, ook als het voorwerp eruit is en het verder goed gaat. Ging het om een kind, dan nemen de ouders daarvoor contact op met de huisarts. Lukt het jou of de huisarts niet om vastzittend eten uit de keel van je kind te krijgen? Dan moet je kind zo snel mogelijk naar het ziekenhuis, soms met een ambulance.

Hoe voorkom je verslikken bij een klein kind?

Blijf in de buurt als je kind eet, en laat je kind rustig zitten, ook bij een stukje fruit of een snoepje. Zorg dat de stukjes eten voor je dreumes of peuter niet te groot zijn. Grote, ronde of ovale etenswaren zoals cherrytomaatjes of druiven snijd je in de lengte doormidden of in meerdere kleinere stukjes. Pas verder op met hele nootjes, pinda’s, popcorn, knakworstjes, kauwgom of snoepjes.

Twijfel je of je kind een stukje goed kan kauwen, snijd het dan gewoon een keer extra doormidden. Harde dingen zoals appel kun je ook raspen of eerst even koken of stomen om ze zachter te maken. Peulvruchten zoals kikkererwten kun je een beetje pletten. In mueslibollen kunnen hele noten zitten, dus kijk dat na voordat je ze geeft.

Naast eten gaat het om de dingen die je kind kan pakken. Leg kleine voorwerpen op een plek waar je kind niet bij kan, zoals munten, spelden, spijkers, knikkers en kralen. Denk je dat je kind een knoopcelbatterij heeft ingeslikt, bel dan meteen 112. Het Rode Kruis noemt dat uitdrukkelijk als reden om te bellen. Ook een scherp voorwerp of twee of meer magneten moeten er zo snel mogelijk uit, ook zonder klachten; bel daarvoor je huisarts of de huisartsenpost. Doe dat ook als het geen klachten heeft: zit die batterij in de slokdarm, dan moet hij er binnen 2 uur uit. Doe hetzelfde met dingen waar een batterij of een magneet in zit: de afstandsbediening van de tv, een wekker of horloge, en boekjes of speelgoed met een batterij erin. Batterijen, magneten en scherpe voorwerpen kunnen het lichaam van je kind beschadigen.

Let er ook op of het speelgoed van je kind bij de leeftijd past. Is je kind daar oud genoeg voor, zeg dan dat het geen voorwerpen in de mond mag stoppen.

Hoe heet de heimlichgreep in de Nederlandse richtlijnen?

In de Nederlandse eerstehulprichtlijnen heet de heimlichgreep buikstoten, en die krijgt een volwassene of een kind; een baby jonger dan 1 jaar krijgt borststoten. Het Rode Kruis gebruikt die naam, en de Nederlandse Reanimatie Raad doet dat ook in de Richtlijnen Reanimatie in Nederland 2025. De handeling zelf is niet verdwenen en niet verboden. In de richtlijn gaan er eerst vijf slagen tussen de schouderbladen aan vooraf.

De Nederlandse Reanimatie Raad gebruikt de naam zelf nog wel: op zijn vragenpagina staat een vraag over de positie van de vuist bij de heimlichmanoeuvre. Waar je die vuist zet, staat hierboven bij de stappenplannen.

Fabel: de heimlichgreep mag niet meer.

Feit: de handeling staat gewoon in de Richtlijnen Reanimatie in Nederland 2025, onder de naam buikstoten. In die richtlijn gaan er vijf slagen tussen de schouderbladen aan vooraf. Een baby jonger dan 1 jaar krijgt geen buikstoten maar borststoten.

Veelgestelde vragen

Hoe heet de heimlichgreep bij het Rode Kruis?

Buikstoten. Het gaat om dezelfde beweging. Bij een volwassene maak je een vuist, plaats je die op het bovenste deel van de buik, en trek je met een snelle beweging naar je toe en naar boven. Bij een kind zit de vuist tussen de borstkas en de navel, en een baby jonger dan 1 jaar krijgt borststoten in plaats van buikstoten. In de richtlijn komen buikstoten pas ná vijf slagen tussen de schouderbladen.

Mag je iemand die zich verslikt op de rug slaan?

Ja, en dat is zelfs de eerste stap. Het Rode Kruis laat je maximaal vijf slagen tussen de schouderbladen geven met de hiel van je hand, terwijl de persoon vooroverbuigt. Geef elke slag met de bedoeling het voorwerp los te krijgen. Helpen ze niet, dan volgen bij een volwassene of een kind vijf buikstoten; bij een baby jonger dan 1 jaar vijf borststoten. Laat een omstander 112 bellen zodra hoesten geen effect heeft; ben je alleen, geef dan eerst vijf rugslagen en vijf buikstoten en bel daarna zelf. Laat de persoon daarna laagdrempelig door een arts nakijken: buikstoten en borststoten kunnen inwendig letsel geven.

Waarom mag je niet met je vinger in de mond gaan?

Veeg nooit blind met je vinger in de mond. Een voorwerp dat je niet ziet of niet makkelijk kunt pakken, kan door je vingers dieper in de keelholte raken en de luchtwegbelemmering erger maken. Zie je het voorwerp wel en kun je er makkelijk bij, haal het er dan voorzichtig uit.

Wat doe je als iemand zwanger is of obesitas heeft?

Geef dan borststoten in plaats van buikstoten. Door de omvang van de buik lukken buikstoten vaak niet, bijvoorbeeld bij een zwangerschap vanaf 20 weken. Laat de persoon zitten of met de rug tegen een muur of deur steunen, en duw met beide handen op het borstbeen. Laat ook hier een omstander 112 bellen zodra hoesten geen effect heeft. Laat de persoon daarna laagdrempelig door een arts nakijken: buikstoten en borststoten kunnen inwendig letsel geven.

Moet je na een verslikking nog naar de huisarts?

Ja, als er buikstoten of borststoten zijn gegeven: die kunnen inwendige organen beschadigen, dus laat altijd nakijken of er letsel is. Bel de huisarts ook als iemand daarna blijft hoesten, moeite heeft met slikken of het gevoel houdt dat er iets in de keel zit.

Was dit artikel nuttig?

Artikel delen: Delen via WhatsApp

Lees ook