Trainingsvormen verdiepingsstof

In dit gedeelte noemen we nog enkele andere trainingsvormen zonder daarbij volledigheid te willen nastreven. Het belangrijkste is dat u een idee krijgt over deze andere vormen. De informatie is ook niet zo volledig dat u enkel en alleen op grond van deze informatie verder kunt trainen. Indien men werkelijk verder wil komen, is meer specialistische informatie nodig. Het beste kan men zich in dit geval bij een lopersvereniging aansluiten.

d) Heuveltraining:

Heuveltraining is voor een wedstrijdloper onmisbaar; in eik lange afstandparcours komt immers wel een glooiing voor. In een goed trainingsschema van een wedstrijdloper, is heuveltraining dus ook opgenomen. Bij heuveltraining zien we dat onze bewegingsvorm tijdens het stijgen en dalen aanmerkelijk verandert. Een speciale vorm van heuveltraining bestaat uit bergtraining. We hebben hier te maken met forse hellingspercentages.

e) Steigerungen:

Het tempo wordt geleidelijk maar constant verhoogd en zo ook weer verlaagd. Meestal worden verschillende series na elkaar uitgevoerd. De afstand bepaalt men zelf. Men loopt dus niet voluit hard, maar benut ca, 70-9-% van het persoonlijk maximum. Men loopt korte afstanden (80-120 meter)

f) Snelheidstraining

Men loopt korte afstanden op 95 tot 1 00 % van de maximale snelheid. De pauzes moeten lang genoeg zijn om volledig te herstellen. Deze trainingsvorm is goed in combinatie met andere vormen uit te voeren.

g) Sprinttraining:

Dit is een pure snelheidstraining voor jonge lange-afstandlopers, die maximaal één maal per week mag worden uitgevoerd. Hierbij wordt 50 tot 80 m op topsnelheid gelopen. Men neemt een lange pauze tot men geheel hersteld is.

h) Circuittraining

Bij deze training worden ook de spieren die tijdens het lopen niet getraind worden, gebruikt. Men werkt bij deze training verschillende stations af om zo verschillende oefeningen uit te voeren. Men kan deze vorm van training zowel binnen als buiten uitvoeren. Er zijn zeer veel verschillende vormen mogelijk.

Men kan de ene training met de andere afwisselen. De ene dag het vaartspel (bijvoorbeeld 1 maal per week), dan heuveltraining met toevoeging van andere programma-onderdelen, zoals sprint- en intervaltraining. Probeer het hardlopen te combineren met kracht- en lenigheidsgymnastiek.

Wanneer men een week niet kan trainen, geldt de regel: zoveel weken in het programma teruggaan als dat er niet getraind is!

Sommige lopers boeken dezelfde vooruitgang met minder kilometers dan bij anderen het geval is. Als het niet naar wens verloopt, hier de volgende tips:

– wissel lichte en zware trainingsdagen af;
– loop regelmatig heuvels;
– maak minstens twee maal per week een snelle combinatie;
– loop niet meer dan een lange loop per week, niet verder dan 30 % van de totale wekelijkse afstand.

    Een verantwoorde toename van de trainingsomvang bevat de volgende aspecten:

Gebruik toename in aantal kilometers tot een maximum van 1 0 % per week. Zodra er klachten optreden is dit een waarschuwing dat het programma te zwaar is. Wanneer men een bepaald doel bereikt heeft, is het verstandig om dit doel 3 tot 4 maanden vast te houden. Het lichaam is niet in staat continu beter te presteren en heeft geregeld een plateau nodig. Bedenk ook dat er grote verschillen in aanleg kunnen zijn. Wat voor de ene loper kennelijk eenvoudig haalbaar is kan voor de andere loper een zware inspanning zijn.

Het is raadzaam een logboek bij te houden. Na verloop van tijd kan men vaststellen wat sterke en zwakke punten zijn, hoe de vordering of achteruitgang is, etc. Op basis van dit logboek kan men het trainingsprogramma eventueel aanpassen.


Relevante artikelen

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

MEDISCH VOORBEHOUD

De informatie op Menselijk Lichaam is géén medisch advies. Neem bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op met een arts, specialist of apotheker.

Meer informatie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Met het laatste nieuws en gezonde tips