Prenataal onderzoek

Het leven in de baarmoeder is niet zonder risico’s.

Soms zijn er redenen om aan te nemen dat de foetus in gevaar verkeert, zoals wanneer een voordien actieve baby plotseling minder gaat bewegen of ophoudt te bewegen, of wanneer een bloedonderzoek uitwijst dat een rhesusnegatieve moeder afweerstoffen begint te vormen tegen haar rhesuspositieve, nog ongeboren kind. Indien de arts of vroedvrouw vermoedt dat er iets fout zit, kan deze op verschillende manieren de gezondheid van de foetus nagaan met het doel eventuele problemen op te sporen voordat er onherstelbare schade is aangericht. Gewoonlijk worden de volgende methoden van onderzoek gebruikt.

Echoscopie heeft een enorme invloed gehad op de hedendaagse verloskunde. Het gebruik van geluidsgolven schijnt veilig te zijn voor zowel moeder als kind. Het onderzoek is niet ingrijpend of pijnlijk.

Echoscopie kan in het eerste begin van zwangerschap gebruikt worden om de duur van de zwangerschap te bepalen. Andere redenen om een echoscopie te verrichten zijn om na te gaan of er een intra-uteriene groei-achterstand is, om de ligging van het kind in de baarmoeder vast te stellen, om de aanhechtingsplaats van de placenta te bepalen wanneer er een verdenking bestaat op een voorliggende placenta en om te veel vruchtwater te ontdekken.

Bij het Doppler-onderzoek wordt de werking van het foetale hart beluisterd. Het kan al gedaan worden vanaf de twaalfde zwangerschapsweek. Dit onderzoek met geluidsgolven is bijzonder nuttig om vast te stellen of de foetus in de baarmoeder dood is wanneer met de gebruikelijke stethoscoop geen harttonen gehoord kunnen worden.

Het cardiotocogram (CTG-onderzoek) registreert de hartslag van de foetus om de conditie van de baby in de baarmoeder te beoordelen.

Dit onderzoek wordt vaak gedaan wanneer een vrouw merkt dat haar kind veel minder beweegt dan gebruikelijk was. Het wordt ook vaak gedaan bij vrouwen met verschijnselen van toxicose of pre-eclampsie, bij vrouwen bij wie eerder een kind in de baarmoeder dood is gegaan, bij vrouwen met suikerziekte, bij rhesusnegatieve moeders die gesensibiliseerd zijn, en wanneer de foetus abnormaal langzaam lijkt te groeien.

Bij het eerste deel van dit onderzoek ligt de aanstaande moeder rustig op haar rug en wordt er registratieapparatuur die met een monitor verbonden is, aan de buik bevestigd. De hartslag, de baarmoedercontracties en de bewegingen van de foetus worden geregistreerd.

Als de uitslag van dit onderzoek abnormaal is, wordt in enkele ziekenhuizen een volgende proef gedaan. Hierbij krijgt de vrouw een weeën-bevorderend middel, waarna de invloed van de weeën op de foetus wordt geregistreerd. Bij dit onderzoek kan de arts vaststellen of de foetus in problemen verkeert. Zo ja, dan kan, mits de foetus oud genoeg is om te overleven, overwogen worden de bevalling op gang te brengen. Het onderzoek kan de arts ook helpen bij de beoordeling of het kind een normale vaginale bevalling zal kunnen doorstaan of dat er een keizersnede gedaan zal moeten worden.

Relevante artikelen

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

MEDISCH VOORBEHOUD

De informatie op Menselijk Lichaam is géén medisch advies. Neem bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op met een arts, specialist of apotheker.

Meer informatie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Met het laatste nieuws en gezonde tips