Drift en drijfveren

Tot de driftbelevingen van het levend-zijn behoort eerst de bewegingsdrang. Want leven is steeds beweging en wel spontane beweging, terwijl de dood bewegingsloosheid en verstarring is.

Hieruit is te begrijpen dat ieder levend wezen, ook die oerfunctie van het leven, de spontane beweging wil uitvoeren. Dit nu geschiedt in de bewegingsdrang waarbij het om de bewegingen zelf als pure levensfunctie gaat.

In zijn zuiverste vorm vinden we deze drang bij het Kind. Zolang het nog niet kan lopen, wordt de bewegingsdrang bevredigd door het spel van vingertjes en handjes, door het trappelen van de benen en door het schateren waarbij het om het functioneren van de spraakorganen gaat. Wanneer het kind in zijn verdere ontwikkeling heeft leren lopen, dan uit zich zijn bewegingsdrang in het rennen en springen.

Wanneer een gezond kind van vier jaar van een flat op straat, of liever nog, buiten in het bos komt, rent het in overmaat aan bewegingsbehoefte heen en weer als een hond die aan de riem heeft gelegen. Dit zijn allemaal uitingen van bewegingsdrang; deze maakt evenwel zelf deel uit van de levensdrang, die in de bewegingen naar bevrediging streeft.

Drift en drijfveren

In welke mate reeds het kleine kind door deze drang tot genieten wordt beheerst, verraadt de uitdrukking van behagen wanneer het in zijn warme bedje is gelegd, wanneer het de fles heeft gekregen en verzadigd is, of zijn uiting van genoegen bij het geluid van een muziekdoos of bij het zien van opvallende kleuren of lichteffecten.

Dat bij het zeer jonge kind een impuls in de richting van dergelijk genot reeds aanwezig is, bewijst ook het feit dat het tegen onaangename lichaamsomstandigheden met huilen protesteert, wanneer het bijvoorbeeld nat is of door onaangenaam licht of geluid wordt gestoord.

Natuurlijk wordt deze belevingswereld in de loop van de ontwikkeling gedifferentieerd. In de eerste levensweken zijn het voornamelijk de lichaamsgesteldheden, waaraan de mens genot beleeft. Met het voortschrijden van de ontwikkeling worden de nagestreefde genoegens meer verfijnd.

Naast het behagen van de tong bij het eten en drinken worden de genietingen van de hogere geestelijke functies herkend, zoals bijvoorbeeld voor de volwassenen de grap, de fijne geestigheid en intellectueel genot is waarvan de waarde ligt in het functioneren van het denken.


Relevante artikelen

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

MEDISCH VOORBEHOUD

De informatie op Menselijk Lichaam is géén medisch advies. Neem bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op met een arts, specialist of apotheker.

Meer informatie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Met het laatste nieuws en gezonde tips