Kruidengeneeskunde

Kruidengeneeskunde is een toepassing van al dan niet bewerkte planten en plantendelen als geneesmiddel. De geneeskruiden zijn bijna alle verdrongen door scheikundig eenvoudige stoffen. Door nauwkeurige analyse is het veelal mogelijk gebleken de werkzame bestanddelen van de geneeskruiden vast te stellen en in het laboratorium aan natuurlijke grondstoffen te onttrekken (extractie) of uit verschillende grondstoffen samen te stellen (synthese).

De studie van de geneeskruiden neemt nog steeds een belangrijke plaats in bij het zoeken naar nieuwe geneesmiddelen, daar dikwijls is gebleken dat onder de zgn. volksgeneesmiddelen zeer goed werkende medicamenten voorkwamen. Zo hebben de geneeskruiden een aantal zeer belangrijke moderne geneesmiddelen opgeleverd, bijvoorbeeld het vingerhoedskruid (digitalis) dat nog steeds het beste geneesmiddel is voor de behandeling van onregelmatigheden in de hartwerking.

Reeds in de preantieke geneeskunde (ca. 3500-30° v.C.) was men nauwkeurig op de hoogte van de invloed van kruidengeneeskunde op de werking van verschillende organen in het lichaam. Galenus (130-200 n.C.) kreeg in een latere periode o.a. bekendheid door zijn eigen apotheek van ruim driehonderd plantaardige geneesmiddelen. In de middeleeuwen werden de kruiden vooral in de kloostertuinen gekweekt en heden ten dage is de belangstelling voor geneeskrachtige kruiden opnieuw groeiende.

kruidengeneeskunde

Ook thans worden kruiden nog veelvuldig door de arts voorgeschreven en in het officiële receptenboek van de apotheker, de farmacopee, wordt een honderdtal kruiden vermeld.

Zonder doktersvoorschrift wordt kruidengeneeskunde veelal gebruikt in de vorm van kruidenthee. Het is in het algemeen aan te raden bij aandoeningen en ziekten kruiden slechts te gebruiken op nadrukkelijk voorschrift van de arts. In de apotheek zijn kruiden verkrijgbaar, die aan strenge eisen van zuiverheid e.d. voldoen. Wettelijke voorschriften geven de zekerheid dat zij vrij zijn van insekten en mijten.

Dit betekent dat zij, indien er ook maar de geringste aanwijzing is voor de aanwezigheid van insekten en mijten, in goed gesloten vaten bij een relatief lage waterdampspanning van de lucht gedurende ten minste 48 uur worden geplaatst in de damp van chloroform of koolwaterstof en dan zo lang aan de lucht worden bewaard, dat de reuk van het ontsmettende middel is verdwenen. Vervolgens worden zij in goed gesloten vaten bewaard. Tenzij anders is voorgeschreven worden de onderdelen van planten, nodig ter bereiding van geneesmiddelen, steeds verondersteld in luchtdroge toestand te verkeren. Behalve aantasting door insekten en mijten mogen de kruiden ook inwendig noch uitwendig schimmelvorming vertonen.

De plantaardige geneesmiddelen mogen, behalve in de vorm waarin zij zijn beschreven in de farmacopee, ook in poedervorm en in min of meer fijngesneden toestand in de apotheek voorhanden zijn, mits daarbij hun eigenschappen duidelijk zijn te onderkennen. In een plantaardig geneesmiddel mogen ook geen andere plantedelen aanwezig zijn dan die welke met de beschrijving overeenkomen. Voor het vaststellen van de identiteit en de zuiverheid worden in de farmacopee uitvoerige beschrijvingen gegeven, opdat geen vergissingen begaan kunnen worden.


Relevante artikelen

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

MEDISCH VOORBEHOUD

De informatie op Menselijk Lichaam is géén medisch advies. Neem bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op met een arts, specialist of apotheker.

Meer informatie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Met het laatste nieuws en gezonde tips