Huisarts

In Nederland heeft iedereen een huisarts en bijna altijd een ’vaste’ huisarts, ook al is men particulier verzekerd. In de meeste andere landen van Europa, bijvoorbeeld België, is dat niet zo; daar gaan mensen soms rechtstreeks naar de specialist of kiezen vaak een andere huisarts. De voorzieningen op het gebied van gezondheidszorg zijn zeer uitgebreid en afgemeten aan de kwaliteit is het Nederlandse systeem een van de goedkoopste. Dit is mede te danken aan het feit dat de huisarts een centrale plaats inneemt in het gezondheidszorgsysteem.

In ongeveer 80 procent van de gevallen geeft de huisarts een advies of behandeling zonder dat er een andere arts, bijvoorbeeld een specialist, aan te pas komt.

Dat de huisarts uw eerste adviseur is bij gezondheidsproblemen heeft als voordeel dat u een persoonlijk advies krijgt van een arts die het gehele terrein van de geneeskunde overziet. De huisarts heeft, als algemeen arts, kennis van alle soorten van ziekten en in het bijzonder van klachten en verschijnselen die zich in de eerste fasen van ziekten voordoen. Daarin is de huisarts zelfs deskundiger dan de specialist. Een eerste oriëntatie, bijvoorbeeld bij de klacht buikpijn, kan duidelijk maken of de oorzaak van de klacht gezocht moet worden in het darmstelsel, de urinewegen of de geslachtsorganen. Als een verwijzing nodig is, kan deze doelgericht plaatsvinden: naar de juiste specialist, met een duidelijke vraag. Verder is de huisarts meer dan de specialist in de gelegenheid om u als persoon te leren kennen.

Bij het achterhalen van de oorzaak van uw klachten is dit van onschatbare waarde. ’De ene mens is de andere niet’, geldt in sterke mate als het ziekte en gezondheid betreft. Ziekte openbaart zich bij elke mens anders. Aard en levensomstandigheden bepalen mede welke soort van problemen mensen krijgen en welke juist niet. Bouwvakkers krijgen vaak rugproblemen en vrachtwagenchauffeurs maagklachten. Ook een ’op maat gesneden’ behandeling is alleen mogelijk als bekend is wat iemands wensen, verwachtingen, mogelijkheden en beperkingen zijn. De behandeling van een tenniselleboog is anders voor een metselaar dan voor een ambtenaar en een violist moet een andere leesbril hebben dan een voetballer. Zo moet de raad aan een moeder van vier jonge kinderen, om eens tien dagen rust te houden vergezeld gaan van een bespreking van de mogelijke opvang van de kinderen. Aan een alleenstaande vergeetachtige oudere kan niet zomaar een ingewikkelde geneesmiddelenkuur worden voorgeschreven. Ook familieomstandigheden spelen een belangrijke rol. Als er sprake is van een ernstig zieke die niet naar het ziekenhuis wil, moet de huisarts op de hoogte zijn van de mogelijkheden van opvang thuis. Ook de psychische belasting van familieleden moet daarbij aan de orde komen.

Een bevredigende samenwerking met uw huisarts staat of valt met wederzijds vertrouwen. Dat vertrouwen moet ergens op gebaseerd zijn. Voor u betekent dat dat u met de huisarts als mens moet kunnen opschieten. Is dat niet zo, dan is het verstandig om na te gaan waaraan dat ligt en om dat met uw huisarts te bespreken. Is dat niet mogelijk, dan moet u zich afvragen of u niet beter een andere huisarts kunt kiezen. Verder is het van belang dat u vertrouwen hebt in de deskundigheid van uw huisarts. Juist omdat het bij gezondheidproblemen nooit 100 procent zeker is dat het om een bepaalde ziekte gaat of dat een behandeling resultaat zal geven, moet u ervan uit kunnen gaan dat de huisarts ter zake kundig handelt en op grond van voldoende ervaring bepaalde voorstellen doet. U kunt daarvan een idee krijgen door de huisarts steeds te vragen om uitleg.

Indien u twijfelt aan de deskundigheid van de huisarts, is het verstandig om dat kenbaar te maken. Als u bij herhaling geen bevredigend antwoord krijgt, moet u zich afvragen of u niet van huisarts moet veranderen. Bij elke klacht om de grootst mogelijke zekerheid vragen door een verwijzing naar een specialist te eisen, is niet verstandig. De huisarts moet ook op u kunnen bouwen. Dat houdt in dat de huisarts ervan uit moet kunnen gaan dat u geen informatie achterhoudt en aangeeft wat uw werkelijke vragen, zorgen en verwachtingen zijn. De huisarts kan niet alles ’aanvoelen’. U zult zelf de informatie moeten verschaffen die de huisarts in staat stelt een duidelijk antwoord op uw vraag te geven.

Verder moet ook het welzijn van de huisarts zelf bij u in goede handen zijn, hetgeen inhoudt dat u begrip hebt voor de omstandigheden waarin de huisarts werkt en geen onredelijke eisen stelt.

Bijna even belangrijk als uw relatie met uw huisarts is uw relatie met de doktersassistente van de praktijk. U mag van de assistente verwachten dat zij goed luistert naar uw probleem en u goede hulp biedt. Dat kan de vorm aannemen van een advies of een recept of het regelen van een afspraak voor een spreekuurbezoek of visite. Om iedereen de hulp te kunnen bieden die nodig is, moet de assistente weloverwogen keuzen kunnen maken.

Daarvoor is het nodig dat de assistente ongeveer weet waar het probleem om gaat. U moet haar daarom voldoende informatie geven. Als deze informatie zo vertrouwelijk is dat u daarover liever alleen met de dokter spreekt, moet u haar dat zo zeggen. Een goede doktersassistente met enige ervaring weet goed in te schatten wanneer iets met spoed moet worden behandeld en wanneer niet. Indien u de indruk hebt dat de assistente belangrijke inschattingsfouten maakt, kunt u dat het beste eens rustig met haar of met uw huisarts bespreken. De doktersassistente moet er van haar kant vanuit kunnen gaan, dat u geen onredelijke eisen stelt aan de praktijkorganisatie.

Bedenk dat de doktersassistente in een moeilijke tussenpositie zit tussen u en de huisarts. Zij wil voor u in principe zo snel mogelijk afspraken regelen, maar moet er ook voor zorgen dat de huisarts niet overbelast raakt en dat de werkdag voor alle praktijkmedewerkers niet chaotisch verloopt. Een goede uitleg van het probleem van uw kant voorkomt veel onnodige problemen.

Het beroep van doktersassistente is de laatste jaren aan het veranderen. Vroeger werd een doktersassistente zodanig opgeleid dat zij als een soort secretaresse voor de praktijk kon fungeren en eenvoudige medische handelingen kon uitvoeren, zoals spuiten geven en wonden verzorgen. Tegenwoordig leren doktersassistenten meer, zowel in de opleiding als daarna. Het komt dus steeds vaker voor dat doktersassistenten zelfstandig handelingen verrichten die vroeger door de huisarts werden gedaan, zoals uitstrijkjes en hartfilmpjes maken, bloeddrukcontrole doen en een tapeverband aanleggen. De assistente heeft een gedegen opleiding gehad en kan als de medewerkster van de huisarts worden beschouwd.


Relevante artikelen

Nog geen reacties geplaatst, wees de eerste.



Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

MEDISCH VOORBEHOUD

De informatie op Menselijk Lichaam is géén medisch advies. Neem bij twijfel over gezondheid, behandeling of medicijnen altijd contact op met een arts, specialist of apotheker.

Meer informatie

Meld je aan voor de nieuwsbrief

Met het laatste nieuws en gezonde tips